Door Eelke Heidinga
Sla nooit op b2, zelfs niet als het goed is. Deze van Svetozar Gligoric afkomstige uitspraak is een dogma in de schaakwereld waar de meeste schakers zich aan houden, zeker sinds de elfde partij in de WK-match tussen Spasski en Fischer op 6 augustus 1972 die Spasski prachtig won (14. Pc3-b1!)
Sinds 19 september 2026 hebben we een variant: Sla nooit op b2, behalve als je Siegbert heet.
Mooi gespeeld van Siegbert!
De partij vond plaats in de wedstrijd Hardenberg – Philidor 2. Hoewel Philidor met drie invallers speelde was de wedstrijd van begin tot einde erg spannend.

Rob viel in aan bord 7 en had zich mentaal goed voorbereid. Hij zat goed in de partij, zoals dat heet. Een door beide kanten degelijk opgezette partij met remise als logische uitslag.
Aan bord 8 zat de tweede invaller, Pieter met zwart. Wit had een vervelende drukstelling, maar Pieter verdedigde uitstekend en won zelfs een kwaliteit. Aan het eind was de witte aanval toch net te sterk en ging zwart strijdend ten onder.
Auke en zijn tegenstander aan bord 1 kwamen na een zware partij in een eindspel van dame + paard tegen dame + loper, plus beiden nog wat pionnen. Voor beiden geen eer aan te behalen: een correctie remise.
Daarna won Siegbert bovenstaande partij, waarmee de stand 2-2 werd. De stand bleef gelijk na de remise van Rein. Daarover en nog veel meer schrijft hij:
Momenteel heb ik te maken met een behoorlijke schaakdip. Voor de zomer speelde ik twee grote toernooien: het FK en een langweekendtoernooi in Maastricht. Beide toernooien verliepen werkelijk desastreus. Ik heb me zó kapot geërgerd aan mijn eigen spel dat ik op een gegeven moment dacht: bekijk het maar met dat schaken.
En dus gebeurde er iets wat ik eigenlijk niet van mezelf gewend ben: ik heb de afgelopen maanden geen schaakstuk meer aangeraakt. Sterker nog, ik heb er ook totaal niet naar getaald. Normaal gesproken begint het na een week of zes alweer te kriebelen, maar nu bleef het verdacht stil.
Waar ik normaal gesproken met mijn hoofd bij het schaken zit, zat ik deze zomer vooral op de racefiets. Toen ik afgelopen maandag voor mijn eerste competitiepartij van het nieuwe seizoen tegen Siegbert achter het bord zat, was ik dan ook bepaald niet gerust op mijn vorm. Maar eigenlijk maakte ik me nog meer zorgen over mijn motivatie. Want als er iets is waarvan ik het altijd wel had, was het motivatie.
Het eerste anderhalf uur van de partij was ik dan ook nauwelijks met schaken bezig. Mijn voornaamste gedachte was ongeveer: ik had nu ook lekker op de racefiets kunnen zitten.
In de auto naar Hardenberg had ik het met Auke over onze ‘schaakpauze’. Die bleek zelfs nóg een stap verder te zijn gegaan: hij had naar eigen zeggen al een half jaar geen partij meer gespeeld. Er is dus blijkbaar altijd een baas boven baas. Al had Auke wel een voorsprong op mij: hij had over schaken gedroomd! En niet zomaar een droom. Hij had in zijn droom een hartstikke goede partij gespeeld en was daar eigenlijk best tevreden over. Tot Oene Schriemer na afloop langskwam – in zijn droom dus – en hem haarfijn uitlegde wat hij allemaal fout had gedaan en hoe ongelofelijk slecht hij eigenlijk had gespeeld.
Nu naar Hardenberg. Tijdens mijn partij zaterdag kwam er gaandeweg zowaar weer wat plezier in. Dat biedt hoop! Achteraf mag ik daar, gezien mijn voorbereiding en vooral mijn mentale toestand 😉, misschien helemaal niet zo ontevreden mee zijn.
De vorm is dus nog wat twijfelachtig. Maar het belangrijkste: ik heb in ieder geval weer een beetje lol gehad achter het bord. Misschien komt die ‘schaakvibe’ dan toch vanzelf weer terug!
De wedstrijd naderde het einde, het kon nog alle kanten op. Toen kregen we te maken met het volgende spreekwoord: wie het onderste uit de kan wil, krijgt het deksel op zijn neus. Dylan kwam prima uit de opening en had lange tijd een optisch voordeeltje. Vervolgens sloeg hij (zonder overleg) remise af, ging zeeën van tijd verbruiken en liet zich in hevige tijdnood de kaas van het brood eten. Erg jammer!
Ook jammer was wat aan bord twee gebeurde. Eelke had met zwart 40 zetten lang prima partij gegeven tegen zijn Duitse tegenstander met 160 ratingpunten meer. Er was een eindspel ontstaan van elk vier pionnen en drie stukken. Eelke had vier losse pionnen en tegenstander Holger twee groepjes van twee. En dan blijkt de groepjestheorie opgeld te doen. Die luidt: degene met de minste groepjes pionnen in het eindspel heeft voordeel. Het klopte: de losse zwarte pionnen waren niet allemaal te verdedigen, zodat Eelke na 57 zetten knarsetandend het hoofd moest buigen.

Het mooiste werd tot het laatst bewaard. Jim de Wit is 11 jaar, en als Rein zit is hij nog een hoofd groter dan Jim. Maar Jim past uitstekend tussen het rijtje bejaarden in Philidor 2. Met engelengeduld zette hij een prachtige partij neer, waarin hij na lang en geduldig laveren steeds beter kwam te staan. Via een intensieve slagenwisseling won Jim de witte dame + stuk tegen zijn twee torens. De witte torens verschenen vervolgens samen op de zevende rij, wat er erg eng uit zag. Maar Jim had alles onder controle en won gedecideerd. Bravo!

We hadden vooraf niet veel van deze wedstrijd verwacht, maar het ging op bijna alle fronten erg goed.Belooft veel voor de rest van het seizoen.
Geef een reactie
Je moet ingelogd zijn op om een reactie te plaatsen.