Oude Site
De blunder
De Eerste Vijand.
Donner: Ja, dat is natuurlijk de eerste vijand van de schaker: het maken van de blunder. Er zijn in de taal geen woorden om weer te geven de walging en zelfhaat, die de schaker bevangen wanneer hij een partij verloren heeft door een blunder. Ik bedoel, woorden als wroeging of berouw zijn kinderspel vergeleken bij de zelfwalging die de schaker....
G.Bomans: Je slaat je voor de kop.
Donner: Zelfs dat drukt het nog maar zéér gedeeltelijk uit.
G.Bomans: Mooi.
Donner: Het kan zijn dat je midden in een partij plotseling bevangen wordt door angst voor het maken van blunders en zoals bekend: dan maak je ze natuurlijk juist. De blunders kun je ook onderscheiden in verschillende graden van domheid. De allerergste is nog niet eens de blunder waardoor je een schitterend gespeelde partij door iets te overzien verliest, dan was de moeilijkheid van de stelling van dien aard, dat er nog een zeker excuus in zit. De echte, vreselijke stommiteit, dat is wanneer het zo eenvoudig is dat de tegenstander een partij wint zonder dat hij er ook maar een ogenblik moeite voor heeft te doen.
Tot zover het gesprek Bomans vs Donner. Nadat ik voor de derde maal in tien dagen tijd zo'n blunder van de allerergste graad op het bord wist te brengen, gingen mijn gedachten terug naar bovenstaand gesprek. Het begon allemaal alsvolgt:
Marcel Vermaat - Sybolt de Boer
1 e4 c5 2 Pf3 d6 3 d4 cd4 4 Pd4 Pf6 5 Pc3 a6 6 Le2 e6 7 0-0 Le7 8 Le3 Dc7 9 f4 0-0 10 g4 Te8 11 f5 Le7? 12 g5 Pd7 13 Pe6! fe6 14 Lh5 Dd8 (g6 15 fg6 Te7 16 Pd5! Sjirov-Polgar) 15 fe6 Pe5 16 Lf7+ Kh8 17 Le8 De8 18 Pd5 Dd8 19 Pc7 Le7 20 Pa8 Le6
|
Marcel Vermaat - Erik vd Doel
1 e4 c5 2 Pf3 d6 3 d4 cd4 4 Pd4 Pf6 5 Pc3 a6 6 Le2 e6 7 0-0 Le7 8 Le3 Dc7 9 f4 0-0 10 g4 Pc6 11 g5 Pd7 12 Ld3 Pd4 13 Ld4 b5 14 Dh5 b4 15 Tf3! Td8 16 Th3 Pf8 17 e5 g6 18 Dh6 d5 19 f5! gf5 20 Lf5! Lc5 21 Lh7+ Ph7 22 Dh7+ Kf8
|
Marcel Vermaat - T de Ruiter
1 e4 c5 2 Pf3 d6 3 d4 cd4 4 Pd4 Pf6 5 Pc3 a6 6 Le2 e6 7 0-0 Dc7 8 f4 Pc6 9 Le3 Ld7 10 a4 Le7 11 Pb3 0-0? (Pa5! 12 e5? de5 13 fe5 Pb3 14 ef6 Lc5!) 12 g4 (daar is ie weer) d5 13 ed5 Pd5 14 Pd5 ed5 15 c3! Tfe8 16 a5 Tc8 17 Lb6 Db8 18 Lf3 h5!? 19 gh5 Df4 20 Ld5 Dg5+ 21 Kh1 Pe5? 22 Lf7+ Pf7 23 Dd7 Lf6 24 Tae1 Pe5 25 Dd5+ Kh8 26 Pc5 Dh5 27 Pe4
|
Natuurlijk had wit op de 29ste zet met Db7 zijn tweede pion moeten nemen, maar ook nu staat wit na 31 Dd6 gewonnen. Echter
plots doemde er een fata-morgana op. Immers na 31 Lf6+ Df6 32 Dh5+ wint wit eenvoudig. En op f6 nemen met het paard kon ook niet want die stond gepend. Dus: 31 Lf6+ hetgeen De Ruiter onmiddellijk beantwoorde met Pf6. Hier was ik van plan om Dh4+ te spelen.... Langzaam voelde ik me kleiner worden. Was ik niet bezig gestampte muisjes van de Ruiter te maken?
Had ik hier niet gewoon een punt vol verprutst?
Had ik nu persoonlijk de degradatie van het 2de bewerkstelligd?
Na zo'n intiem moment met de eerste vijand heeft de schaker drie opties:
1. Hij werpt zich voor de intercity Leeuwarden-Bussum.
2. Hij mishandeld diezelfde avond in het geniep zijn vrouw.
3. Hij zegt tegen zichzelf: Ach, het is maar een spelletje.
Na uren twijfelen heb ik uiteindelijk voor de meest pijnlijke optie gekozen. Een spelletje... grrrr.

