Oude Site

De speler



Bij de helaas ter ziele gegane Amsterdamse schaakclub Het Vrije Veld was Fedde van Wijngaarden lange tijd mijn strijdmakker. Voor het clubblad van mei 1962 leverde hij de volgende bijdrage, die stellig verdient aan de vergetelheid te worden ontrukt.
Siep H. Postma

De speler
Zo op het oog lag hij rustig te slapen, zelfs scherpzinnige mensen zouden niet vermoed hebben dat hij geplaagd werd door een verwarde droom. De voorafgaande godganse dag had hij kaartend en schakend doorgebracht en toen hij ten slotte doodmoe op zijn bed neerplofte en als een blok in slaap viel, liet het hem nog niet met rust. Zijn huwelijk (met hartenvrouw) was uit liefde geweest, hetgeen ook wel nodig was, aangezien haar levenswandel niet onbesproken was geweest.📷 Foto verwijderd i.v.m. copyright Zij had zich eenmaal door hartenheer (de Don Juan van de stad) laten nemen, zij het ook bij verrassing op een achterhandje. De bezorgdheid van onze held gold echter niet zijn vrouw, doch hun jongste spruit, schoppen 2, die er voor zijn leeftijd (1½) inderdaad nogal beduimeld uitzag. Na de situatie goed doordacht te hebben besloot hij zich met zijn moeilijkheden tot de goede raadsheer (een aanzienlijk notabele in de stad) te wenden. Deze bleek echter reeds overbelast. Vanwege zijn zakelijk inzicht had de koning hem met de zorg voor de penningen opgeknapt, een taak, eigenlijk te zwaar voor een raadsheer, hoe goed ook. Daar kwam nog bij, dat hij zich bedreigd voelde door een lieftallige dame, die hij er van verdacht voor de tegenstander te werken. Van deze notabele had onze vriend dus weinig bijstand te verwachten.
Ten einde raad besloot hij nu een beroep te doen op het volk. Dit was in groten getale aanwezig, maar ze leken wel in twee kampen verdeeld, zo rumoerig waren ze. In het centrum heerste de grootste spanning. Een brutaal naar voren gekomen slagersjongen op e5 (in de buurt van de zwarte Westertoren) stak zijn rechterarm dreigend naar hem uit, kennelijk met de bedoeling hem te slaan. De ambtenaar op c7, tot wie hij zich wendde, bleek slechts oog te hebben voor eigen promotiekansen.
Hij voelde zich in de mensen teleurgesteld: ieder was voor zich zelf bezig en slechts op eigen voordeel uit. In weinige minuten woedde er in de stad een wanordelijke strijd. Straten werden opgebroken, lijnen versperd en luchtgaatjes gemaakt. Onverhoeds werd hij aangevallen door een afgedwaald paard. Hij voelde zich een beetje genomen, want hoewel het door niemand gegeven was, liet het zich vrijwillig in de bek kijken. Deze was echter afschrikwekkend genoeg en hij begreep dat hij zich in deze wereld niet thuis kon voelen en dat het verstandiger was maar wakker te worden.
Toen hij opstond scheen de zon. Welgemutst kleedde hij zich aan, ontbeet, zette bord en stukken klaar en begon te schudden.

FF van Wijngaarden.