Oude Site
Philidor niet de oudste??
Albert van der Wal
Op 11 juni 2000 werd aan de heer Scholten -de schrijver van het boek "Het loopt ongenadiglijk mat"- door ons een brief gezonden waarin wij duidelijk hebben medegedeeld dat het door hem is vastgesteld dat niet ons Philidor de oudste schaakclub van Nederland is, maar dat de schaakclub D.D. den Haag deze eer toekomt.
Deze uitspraak van de heer Scholten kan door ons niet geaccepteerd worden en wij hebben hem op 7 aug. j.l. telefonisch om een antwoord op onze gezonden brief gevraagd. Helaas kregen wij van hem de mededeling dat hij, wegens vele werkzaamheden, niet is staat is om onze brief op korte termijn te beantwoorden, doch dat dit zeker meerdere maanden op zich zou laten wachten!
Daar wij van mening zijn dat Bestuur en leden van Philidor het recht hebben om op de hoogte te worden gesteld van dit hoogst onprettige voorval, geven wij hierbij een afschrift van onze op 11 juni geschreven brief. Het antwoord "op lange termijn" van de heer Scholten, achten wij niet wenselijk.
Aan de heer H.J.G.M.Scholten
Geachte vriend Scholten,
Met interesse heb ik gelezen het door jou geschreven boek "Het loopt ongenadiglijk mat". De wijze waarop je het ontstaan van het schaken in ons land in de negentiende eeuw hebt blootgelegd is buitengewoon geslaagd!
Jammer is echter dat je ânaar mijn mening- te ver bent gegaan inzake het vaststellen wie de oudste schaakclub in ons land is. Dat het Vereenigd Amsterdams Schaakgenootschap (V.A.S.) en de Messemaker (Gouda) volgens jou daarvoor niet in aanmerking komen is een juiste zienswijze. Je mening dat ook de Koninklijke schaakclub Philidor 1847 een zelfde lot toekomt, zal ik nimmer kunnen accepteren. Het is onbegrijpelijk dat je, gezien je verhaal over Discendo Discimus (DD), deze als oudste schaakclub van Nederland uitroept. Ik merk hierbij het volgende op. DD stond er in 1866 zeer slecht voor (pag. 284 t/m 286). In dat jaar is er een voorstel gedaan door de leden Ijserman en Simons om DD te ontbinden. Acht leden beslisten uiteindelijk dit niet te doen "gezien het imago van DD en de aanwezigheid van veel materiaal en een ruime kas". Toch ging het niet naar de wens van DD en in 1889 worden de wetten herzien en trekt man in bij de studentenclub Ludendo Discimus (LD), d.w.z. dat deze club DD overnam en die dus niet meer bestond. In 1890 wordt de naamswijziging weliswaar weer teruggedraaid en is DD weer opnieuw gestart. Het is toch wel zeer duidelijk dat DD zich in 1889 heeft opgeheven en in 1890 als een nieuwe club is begonnen. Dat je toch van mening blijft dat DD de oudste schaakclub van Nederland is, spijt mij temeer omdat je de naamswijziging van DD afschrijft als "onbegrip over de grammaticale fout in de naam! (pag. 339). Het lijkt er haast op dat DD de eer van oudste schaakclub van Nederland beslist moest worden toebedeeld. Je vindt het kennelijk erg fout van Philidor dat deze driemaal een Leeuwarder schaakclub tot zich trekt en daarbij bepaalt dat Philidor Philidor blijft. Je vergeet toch niet dat Philidor vanaf 1847 de voornaamste schaakclub van Friesland was en ook zo steeds is gebleven. De leden van deze drie bedoelde verenigingen waren zonder tegenstand zeer tevreden om met Philidor door te kunnen gaan.
Dit geldt zowel voor vereniging Vriendenkring als voor Excelsior en Het Witte Paard. Waarom ook niet? Philidor kwam deze clubs soms tegemoet om o.m. de contributie iets te verlagen en leden van de overgaande clubs in het bestuur op te nemen. Maar "de Wet"van Philidor bleef vrijwel ongemoeid en Philidor bleef Philidor.
Wat is hier fout aan? Het is tevens erg jammer dat je DD als oudste schaakclub van Nederland hebt aangewezen zonder eerst nog even contact met ons te hebben opgenomen en informatie van ons had kunnen verkrijgen. Je weet maar al te goed dat het ook voor ons een zeer belangrijke zaak betrof. Maar je kwam tot de conclusie dat Philidor niet op 150 jaar continuïteit kan bogen en derhalve de schaakclub Discendo Discimus als de oudste schaakclub van Nederland (1852) moest worden aangewezen ondanks het feit dat er enige tijd geen DD heeft bestaan, wat jezelf wel bekend was! (pag. 339). Over die continuïteit van de eerste 100 jaar van Philidor wil ik er graag op wijzen dat onze club bij haar honderdjarige bestaan in 1947 werd vereerd met de naam van Koninklijke Schaakclub "Philidor 1847" en was daarmee de eerste in Nederland die als schaakclub deze onderscheiding werd toegekend. Onze voorzitter Waling Dijkstra heeft de Commissaris der Koningin van onze provincie, de heer W. Linthorst Homan gevraagd te willen bevorderen dat deze onderscheiding aan onze vereniging kon worden toegewezen. De commissaris heeft de heer Waling Dijkstra gevraagd om alle gegevens van onze vereniging vanaf 1847 tot 1947 met hem door te nemen zodat hij daaruit de juistheid van het 100 jarig bestaan zou kunnen bevestigen. Dit is zeer nauwkeurig geschied en de Commissaris was er van overtuigd dat er niets in de weg stond om aan Koningin Juliana voor te dragen de gevraagde Koninklijke onderscheiding toe te kennen hetgeen tijdens de Jubileum bijeenkomst is geschied. Het is spijtig dat je daar geen rekening mee hebt gehouden.
Er zijn bij mij brieven binnen gekomen betrekking hebbende op je boek "Het loopt ongenadiglijk mat". De inhoud wordt zeer interessant gevonden, maarâ¦...je mening dat Philidor niet de oudste schaakclub van Nederland is, wordt niet geaccepteerd. Enkele brieven laat ik hieronder volgen.
Het reeds meer dan 40 jaar lid van Philidor, Siep Postma (en 23 jaren medewerker van het bondsblad van de K.N.S.B.) schrijft als volgt:
Kanttekeningen bij een fusie.
Wat is een fusie? In de voetbal wereld liggen de voorbeelden voor het grijpen. Noad + Advendo = NAC, Prins Hendrik + Ende dispereert niet = PEC, Lycurgus + Sparta = LSC. enz. enz.
Totaal anders liggen de "fusies" van Philidor 1847, die in de promotie van de heer HLGM Scholten "Het loopt ongenadiglijk mat" aan de orde komen. De promovendus voert Philidor af als oudste club van Nederland wegens twee "fusies". Hij heeft daarbij vrijelijk, maar helaas onvolledig geput uit het voortreffelijk gedocumenteerde en geschreven artikel van vriend Scholl jr, 'Oud, ouder, oudst' in ons jubileumboek. Hij bestempelt het samengaan met "Vriendenkring" (1904) en "Excelsior" (1917) als "dodelijk" voor de ouderdom van onze club. Eddie legt in zijn beschouwing anders duidelijk genoeg uit dat het hier totaal iets anders betreft dan de door mij vergelijkenderwijs aangehaalde voetbalvoorbeelden. Want, en daar gaat het om, de naam Philidor bleef zondermeer gehandhaafd, met het reglement, "de Wet", er bij. Vriendenkring (Al had men dan meer leden) en Excelsior hieven zich op en werden lid voor lid integrerend onderdeel van Philidor. Zó trots waren de nieuwelingen op die klinkende naam en de respectabele ouderdom van de drager daarvan. En terecht! De gerenommeerde "eliteclub" verlaagde de contributiedrempel en maakte aldus de verheffing van de "arbeidersklasse" mogelijk.
Wie onder deze omstandigheden blindelings vasthoudt aan een "wet" als "geen fusies" , waar overigens Meden noch Perzen weet van hebben, bedrijft het soort scherpslijperij waaruit bijvoorbeeld godsdienstoorlogen ontstaan. De link met de doodstraf is dan meteen verklaard. De conclusie "Er is wel sprake van 150 jaar schaken in Leeuwarden" slaat op iets waar we in deze tijd van overbemesting al meer dan genoeg van hebben. In Leeuwarden werd in 1847 de schaakclub Philidor opgericht en die bestaat, met schriftelijke bewijzen, ononderbroken en al die tijd met dezelfde naam, nog steeds. Alleen het predikaat "Koninklijke" is er voor gekomen en de contributie is aardig omhooggegaan.
Mijn gevolgtrekking: er dient niet zo lichtvaardig te worden omgesprongen met het begrip "fusie". Dat het bondsblad van de KNSB, SM (Schaak Magazine) het omgekeerde zonder meer voor zoete "Grunninger Kouke" slikt heeft me pijn gedaan. De afkorting van ons bondsorgaan kreeg ineens een heel andere betekenis.
Moge het Philidor excelsior gaan en een vriendenschaar blijven.
Er is ook een Philidorlid die het zoekt in de juridische benadering.
Met de argumenten die Scholten gebruikt om de door "Eeuwig schaak" geïntroduceerde criteria niet over te nemen, ben ik het eens. Met Scholten vind ik het juist om allereerst aansluiting te zoeken bij het juridische begrip vereniging. Een puur juridische benadering zou kunnen volstaan, maar Scholten laat het daar niet bij. Hij wenst in de gevallen waarin volgens hem "juridische haarkloverij" nodig zou zijn om door hemzelf opgeworpen vragen te beantwoorden een sociologische benadering te hanteren. De beantwoording van de vier vragen van Scholten (p. 334) vergt echter beslist geen juridische haarkloverij. Bij de vragen 1, 3 en 4 is evident dat de juridische vereniging niet is opgehouden te bestaan, bij de tweede vraag is duidelijk dat de nieuwe vereniging de rechtsopvolgster is van een of meer opgeheven verenigingen. Met andere woorden: het argument dat Scholten gebruikt om zijn sociologische benadering te rechtvaardigen deugt niet. Ik zou willen kiezen voor de juridische benadering. Dat is duidelijk, eenduidig (niet zoals bij Scholten een wat wonderlijke mengvorm over de wijze tussen juridische en sociologische benadering) en het voorkomt discussie over de wijze waarop de sociologische benadering moet worden toegepast.
Ook onze zeer bekende Friese schaakmeester Haije Kramer merkt het volgende op.
Oudste
Aantekeningen n.a.v. het boek "het loopt ongenadiglijk mat" van H.J.G.M. Scholten.
Oudste stuk
Over de vondst van de Friese schaakkoning in 1938 bij de opgraving t.b.v. de Leeuwarder Courant is iedereen het eens: dit stuk uit ongeveer de 12e eeuw wordt beschouwd als het oudste Nederlandse schaakstuk.
Oudste Partij
Diepstraten vermeldt een partij uit 1786 tussen de professoren (aan de universiteit van Franeker!).
De partij is van waarde als zijnde de oudste, overgeleverde partij uit Nederland. Zijn conclusie: Van wit is dit zeker geen slechte partij, in ieder geval van veel hoger niveau dan het drama van Mauvillon.
In een voetnoot verwijst Scholten naar zijn bron: Diepstraten, a.w, 28, onder vermelding naar de vondst van deze partij door Drs. J.S.Grüschke uit Buitenpost. Maar hij doet dat niet volledig.
Diepstraten geeft in zijn boek "Tweehonderdvijftig jaar correspondentieschaak" (1991) op blz.28, na uitvoerige bespreking van een boek van Elias Stein verder aan: Al voordat Stein zijn werk voor eigen rekening uitgaf in Den Haagâ¦., werd er ook in de 'provincie' schaak gespeeld. Onlangs publiceerde Haije Kramer in de Leeuwarden Courant van 26-3-1988 nog een partij gespeeld in Franeker waar zich destijds een universiteit bevond. Deze partij tussen de professoren Dr. E. Wassenbergh en Dr. S.H. Menger was kort geleden door Drs.J.S. Grüschke uit Buitenpost ontdekt.
In mijn boek "Friese Schaakkoningen", 800 jaren schaak in Friesland" (1995), blz.16 worden uitvoerige achtergrond gegevens over deze inmiddels beroemde partij weergegeven.
Conclusie: De partij Wassenbergh-Menger uit 1786 is de oudste overgeleverde partij van Nederland. De oudste bron van deze door Grüschke ontdekte partij werd gepubliceerd in het Fries Schaaknieuws van 1987 en in de Leeuwarder Courant van 26-3-1988.
Het gehalte van deze partij uit de "provincie" is zodanig dat Elias Stein er niet aan kon tippen. De kritiek van de legendarische Antonius van der Linde op de speelsterkte van Stein in "Het schaakspel in Nederland", was scherp maar niet geheel onterecht!
Oudste Club
Verrassend is de conclusie van Scholten als zou Discendo Discimus uit Den Haag de oudste club van ons land zijn. Hij baseert deze conclusie op de veronderstelling dat Philidor Leeuwarden, niet op 150 jaar continuïteit kan bogen vanwege de fusie met Vriendenkring in 1904. In de eerste gemeenschappelijke ledenvergadering op 29 april verscheen Philidor met 6 leden, een erelid en een erevoorzitter en Vriendenkring met ongeveer 18 leden. En daarom zou het meer voor de hand hebben gelegen, aldus Scholten, dat de oprichtingsdatum was aangehouden van de Vriendenkring.
Een wel heel vreemde redenering! Vriendenkring was pas in 1898 opgericht. De club bestond dus begin 1904 nauwelijks zes jaar. Een reglement was er niet en ervaring evenmin. Men stond onder druk van de landelijke schaakbond die het bestuur van Philidor op de hoogte had gesteld van het plan om de Grote Bondwedstrijden dat jaar in de Friese hoofdstad te organiseren. Die wedstrijd kwam inde zomer van 1904 ook inderdaad tot stand.
Daarom werd in de gemeenschappelijke vergadering met Vriendenkring het volkomen democratische besluit genomen onder de naam en de oprichtingsdatum van Philidor, gezamenlijk verder te gaan. Het aantal van Philidor was weliswaar minder dan dat van Vriendenkring maar men bracht wel de ervaring mee van meer dan een halve eeuw, onder meer neergelegd in de notulen en de zogenaamde "wetten" van de club.
Conclusie:
Naar mijn mening heeft het overigens voortreffelijke boek van Scholten geen verandering gebracht in mijn standpunt dat Philidor Leeuwarden de oudste club van Nederland is. Dat zal best pijnlijk zijn voor de Randstad in het algemeen ook al omdat het hier gaat om een vereniging uit de provincie.
Haije Kramer.
Beste Scholten,
Je zult wel hebben begrepen dat wij, gezien de vele reacties, geen genoegen nemen met je beslissing inzake "De oudste schaakclub van Nederland". Wij vinden het niet leuk voor je dat wij dat gedeelte van het boek moeten afwijzen. Maar ondanks alles mijn hartelijke groeten aan jou en je vrouw.
Albert van der Wal.

