Oude Site
Een verloren schaaktalent
Een van mijn kleurrijkste schoolkameraden was Eelze Gert Stoffels. De naam Eelze werd overigens nooit gebruikt. Wel Gerrit (eigenlijk meer iets voor een tamme kraai) , of âStoofâ. Onze scheikundeleraar, de bekende schaker en verzetsman Ir. WH. Koster van Groos, betitelde deze wat tegendraadse leerling van hem als âStofeliaâ.
âFeliaâhad een briljant verstand, behalve als het om wiskunde ging. Eens deelde onze wiskundeleraar, Durk Dijkstra (voor intimi âOme Diekâ, een heerlijk man, ook nog eens een voortreffelijk schaker, hooggeroemd om zijn prachtige sarcasmen âzoals tegen mij, toen ik ooit een drie voor meetkunde haalde: Jouw laaste bitsje ferstan ik oek wel aan skaken opgaanâ en die een brutale hufter die hem naar de bliksem wenste, lopend nog wel, matzette met de repliek: âIk nar de bliksem lope? Lope jou mar nar de directeurâ en de langharige Sjierk de Vries naar de kapper kreeg met het verhaaltje: âIk saag jou gusteren op âe Nieuwstad staan, de haaaaaren hingen in âe gracht.â ) boekjes uit voor een nieuw onderdeel van zijn gevreesde val, waarop stond âStereometrieâ.
Stoffels liet het ongeopend op zân bank liggen en prevelde tegen mij de profetische woorden: âIk hef nou al sun idee dat ik hier nooit wat van snappe sal.â Bij âOmeâ kon dat. Die reageerde quasi-bewonderend met een eerbiedig gemompeld âWat un foorutsiende blikâ en daar bleef het bij. Andere leerkrachten waren minder van dit soort âStoofschotelsâ gediend. Vooral de neerlandicus, die zoân opmerking afstrafte door het laten overschrijven van de âGijsbrechtâ, liefst vijf keer, met de verzekering dat zulks een heel eind was. Bij de meeste scholieren was de dreiging sterk genoeg, maar Stofelia was zó vaak de klos dat hij Vondels gruwelstuk vrijwel uit zijn hoofd kende. In zijn vrije tijd werkte hij maar vast vooruit, de profylaxe van Nimzowitsch.
 Maar liever las hij zijn favorieten als Piet paaltjes, Bomans, Satre en Edgar Allen Poe. Volgens Poe was dammen verre superieur aan schaken en dus ging Stoffels schaken. Weldra was hij mijn meestbelovende leerling. Hij had een fijn gevoel voor het eindspel, een speurneus voor combinatoire wendingen en schaakte zoals hij was: geestig, vindingrijk, oorspronkelijk, gedurfd, zeer gevat en bij vlagen briljant. In onze vele vakantietweekampen kreeg ik het keer op keer zwaarder. Hij was beslist veelzijdig begaafd. Wijsgerige gezegden, spotliedjes, imitaties, het ging hem alles even gemakkelijk af. Daarbij ook nog een veelbelovend toneelspeler, in velerlei rollen.
Hij had de Gijsbrecht wel als solotoneel kunnen opvoeren. Zoân man, Henk Kuiper,â hast by ús in fin mear as as in bearsâ. Vergeten wij zijn voetbalcapaciteiten niet. Bij âFrieslandâ, jawel, Albert! âmocht hij Nico Guldener wel eens vervangen, achter de rug van zijn oudere broer Klaas, de stoere stopperspil, die later als trainer van âSneekâ zijn elftal naar het amateurkampioenschap van Nederland wist te stuwen.
Doelman Stoffels heb ik helaas nooit in aktie gezien. De schaker sinds 1951 ook niet meer. Van 1 december van dat jaar stamt nog een hangpartij, die ik bij dezen opgeef. Toen ik mijn oude kompaan jaren later bij toeval weer eens tegenkwam bleek bij hem de Evangelisatie de plaats te hebben ingenomen van het Evansgambiet.
 Wat zijn beroep betreft: het herhaalde malen vijf keer moeten overschrijven van de topper van de prins onzer dichters had blijkbaar een stimulerende werking gehad: hij doceerde Nederlands op hoog niveau.
Hij had het anders met alleen maar schaken ver kunnen brengen, een heel eind in de richting van zijn vroegere buurman-tegenover, van Lammerstraat 14. In 1949 organiseerde de LPF schaakwedstrijden, waarbij een jeugdtoernooi. In die sterk bezette jeugdgroep fungeerde Stoffels als mijn vervanger.
Hij deed het fantastisch: âalsof we het zelf gedaan haddenâ, zei Waling in dat soort gevallen. Zo vloerde invaller EGS niemand minder dan Hans Keuning, die kort daarna Fries jeugdkampioen zou worden. Ik heb dat gevecht zorgvuldig bewaard. Het maakte indertijd een grote indruk op mij en doet dat ruim een halve eeuw later nog.
E.G. Stoffels - J.M. Keuning                Reti-opening.               (LPF/toernooi 14 maart 1949)
1.Pf3 Pf6 2.c4 e6 3.g3 d5 4.b3 c6 5.Lb2 Pbd7 6.cxd5 (Profiteert van zwarts vorige zet: na 6â¦cxd5 kan het zwarte damepaard niet meteen naar c6) 6â¦exd5 7.Lg2 Lb4  (Deze bisschop excommuniceert zich zelf) 8.a3 La5 9.0-0 0-0 10.Pc3 Te8 (Lb4 wit niet ruilen op c3, maar verhuizen naar c7) 11.b4 Lc7 12.d4 a5 13.b5 Te6
14.a4 Pb6Â (Wit heeft een zwakte op c4, nietwaar?) 15.Pd2 Ld7 16.e4 Â Â Â Â Â Zie diagram onder:
|
(Hier past een uitroep van de grote Dr.Lasker: âDie modernen! Dertig zetten lang doen zij niets en dan schrijft de annotator: âNu dreigt 1 e2-e4!â.)
16â¦dxe4 17.Pdxe4 (En veld c4 dan?)  Pc4 18.Tb1 (Stoffels is bereid afstand te doen van het hooggeprezen, maar ook wel eens omhooggeschreven loperpaar)  18â¦Pxe4 19.Lxe4 (Iedereen verwachtte hier 19. Pxe4. Stofelia heeft heel andere plannen dan het gemiddelde neurotische geschuif dat menig schaker kenmerkt)
19â¦cxb5 20.axb5 Pd6 (Toch maar geen ruil op b2)  21.Te1 (Opnieuw een verrassende zet. Wit offert ootmoediglijk het loperpaar, zoals Melchior, Kaspar en Balthasar dat ooit myrrhâ, wierook ende goud deden.)   21â¦Pxe4 22.Txe4 Txe4 23.Pxe4 Lxb5 (Mooi meegenomen als snoepje van de week, maar let op het vervolg) 24.d5! Ld7 25.d6! Lb8 (Als stoute jongetjes worden de bischoppen naar huis gestuurd.) 26.Lc3 (Een schijnbeweging) 26â¦Lc6 27.Dg4                Zie diagram onder:
|
 (Hiermee is alles duidelijk, maar ook alles voorbij. Alleen jammer dat de variant 27â¦Df8 28 Pf6+ Kh8 29 Ph5 f6 30 Pxg7 Dxg7 31 Dc8+ Dg8 32 Lxf6 mat niet op het bord komt. Wat een bekroning van de witte spelvoering had moeten zijn blijft nu bij een analytische kanttekening.)Â
27â¦g6 28.Pf6+ Kf8 29.Pxh7+ Kg8 30.Dh3 f6 31.Pxf6+ Kf8 32.Ph7+ Kg8 33.Pf6+ Kf8 34.Te1 Zwart gaf het op.
(Opgedragen aan clubmakker HJ Smink)

