Oude Site

In gesprek met

Albert van der Wal (door Jan Hania)

Albert werd geboren in Leeuwarden in het jaar 1919 en werd in 1937 op 18-jarige leeftijd lid van de schaakclub Philidor. Destijds gold nog dat iemand pas op 18-jarige leeftijd lid mocht worden van de schaakclub. Alleen voor Haye Kramer werd een uitzondering gemaakt.
Die schaakte dan ook beresterk op reeds zeer jeugdige leeftijd.
Albert heeft jaren voor R.S. Stokvis & Zonen. NV gewerkt destijds het grootste handelshuis in Europa.
Het bedrijf handelde onder andere in auto’s, bromfietsen, solexen, gereedschap, sanitair en staal. Albert werd hoofd van de afdeling Bouw in Leeuwarden.
In 1960 verhuisde Albert naar Arnhem (geen tijd voor schaken) en werd in 1962 zelfs adjunct-directeur van een vestiging in Nijmegen.
Het schaken begon weer te trekken in Enschede waar Albert vice-voorzitter van de schaakclub Esgoo werd (Philidor 1 heeft minder prettige herinneringen aan deze club!, JH). Daar werd het clubblad door Albert opgericht. In 1970 verliet Albert de Stokvis- organisatie en ging op advies van zijn destijds grote vriend ,en politiek bekende persoon, Anne Vondeling voor Hoogovens werken. Dit bracht een verhuizing naar het plaatsje Leek met zich mee alwaar Albert de eretitel remisekoning op de schaakclub kreeg (dit kunnen wij ons bijna niet voorstellen!). Daarvoor woonde Albert nog even in Groningen en was tijdelijk lid van Staunton. Een destijds zeer deftige club maar met veel onderlinge vetes. Ook bij deze club heeft Albert veel werk voor het clubblad verricht.


Hoe sterk schaakte u destijds ?
Ik was eigenlijk een meer dan gemiddeld schaker. Normaliter stond ik rond de tiende plaats in de competitie maar ik werd regelmatig door Waling Dijkstra (waarmee een goede vriendschap werd onderhouden) in het eerste team gevraagd als invaller. In Leek ben ik later zelfs clubkampioen geworden op 62-jarige leeftijd, een jaar nadat Gert Ligterink nog kampioen van deze club was geworden. Toch werd ik hier de remisekoning genoemd. Verder ben ik in 1957 kampioen van Stokvis in Nederland geworden. Aardig is ook mijn overwinning op Euwe in een schaaksimultaan.
Overigens had Waling de gewoonte om mij ‘s zondags om 8 uur uit bed te bellen als invaller voor het eerste team en weigeren werd niet geaccepteerd!
Wanneer ik meespeelde voor het eerste tiental zaten we met z’n vieren, Waling Dijkstra,Haye Kramer, Kor Mulder van Leens Dijkstra en ik, vaak bijelkaar in de trein als er weer eens een uitwedstrijd werd gespeeld. We hadden vaak veel plezier.
Mulder van Leens Dijkstra bijvoorbeeld had een behoorlijke hekel aan betalen (wie niet ?) en ik weet nog dat we ergens onderweg gingen eten. We spraken met z,n drieen af om net voor het betalen weg te gaan. Mulder van Leens zat dan niet in het complot ,bleef over en moest de rekening voldoen. Dit soort grappen haalden we wel vaker uit.

U was ook een gedreven organisator ?
Ja, In 1956 werd het wereldkampioenschap schaken in Nederland gehouden. Waling Dijkstra kwam bij me en zei: “eigenlijk zouden we een aantal ronden in Leeuwarden moeten laten spelen”. En dus gebeurde dat. Er moest echter wel geld komen. We zijn naar de Alg. Friesche Levensverz. Mij. gegaan en wisten Van der Hoek ,de directeur, direct enthousiast te maken mede door hem in de erecommissie van het tournooi te plaatsen. Uiteindelijk zijn er 2 ronden in Leeuwarden in de Beurs gespeeld. De overnachting was in Lauwerswold. Ik kreeg het idee dat de schakers het erg naar hun zin hadden in Leeuwarden.
Na deze geslaagde organisatie wilde Waling Dijkstra dat Philidor maar eens kampioen van Nederland moest worden.
Verder heb ik nog wel schaaksimultaans meegeorganiseerd. Ik kan mij herinneren dat in 1951 Sämisch (destijds een zeer sterke schaker) zowel in Leeuwarden als ook in Heerenveen een blindsimultaan gaf. Op een kan met koffie en veel sigaren werd dan met gemak 9 van de 10 partijen gewonnen. Waling deed dan de zetten voor Samisch en probeerde Duits te praten maar dit was niet om aan te horen!
Wat de schaaksimultaans betreft, ik kan me nog herinneren dat Euwe een simultaan kwam geven in Leeuwarden. Waling Dijkstra stelde stiekem het gehele eerste tiental van Philidor op.
Euwe verloor nogal veel partijen en had de smoor in. Wij lachen!

U hebt veel gedaan voor Philidor.
Ik ben 4 jaar secretaris geweest en heb 5 jaar de redactie van het clubblad gedaan.
Daarnaast heb ik nog veel meegeholpen bij toernooien organiseren en trad soms op als wedstrijdleider. Verder ben ik medeoprichter geweest van de Stichting Schaak Friesland.
In 1960 ben ik Lid van Verdienste geworden en in 1997 bij het 150-jarig bestaan van Philidor tot Erelid benoemd.

Heeft U nog andere hobby’s naast het schaken ?
Postzegels verzamelen is een grote hobby van mij. Ik heb Nederland, Indonesië en Suriname compleet (dit is postzegelverzamelaarstaal, JH). Overigens hebben de Duitsers in de oorlog mijn gehele verzameling meegenomen en moest ik weer opnieuw beginnen. Verder heb ik interesse in stambomen. Wat mijn stamboom betreft ben ik terug kunnen gaan tot 1650. Mijn familie komt allemaal uit Friesland uit de omgeving van Leeuwarden en Hardegarijp.
Toch is schaken eigenlijk wel de grootste hobby en ik heb schaken ook altijd gezien als aardigheid, gezelligheid en leuk om iets voor te organiseren. Ik heb veel tijd aan schaken besteed. Volgens mijn vrouw wel eens teveel!

Als ik uw spel bekijk dan lijkt u een agressieve speler vanwaar de titel remisekoning ?
Vroeger wou ik altijd aanvallen. Nu nog trouwens. Ik begin ook vaak agressief,maar na zo’n anderhalf uur vind ik het wel mooi geweest. Dan hoef ik niet perse meer te winnen. Vandaar dat partijen in remise eindigen en ik ooit de remisekoning van Leek ben geworden. Dat vond ik trouwens wel grappig gezien mijn aanvallend ingestelde spel.

Wat vindt u van het huidige Philidor ?
Het is jammer dat het ledental terug loopt. Na de oorlog hebben we een tijdje 160 leden gehad. Er zal een actief beleid gevoerd moeten worden om het ledental te verhogen. Donateurschap stimuleren en leden die afhaken vragen naar de reden hiervan. Bovendien moet er commerciëler gedacht worden. Veel meer advertenties in het clubblad!
Dan kan ook een goed clubblad onderhouden worden. Verder valt mij op dat er minder liefde voor de club is. Dat was vroeger heel anders.

U bent een trouw bezoeker van de thuiswedstrijden van Philidor. Wat vindt u van het huidige eerste tiental ?
Op dit moment is het team niet sterk genoeg voor de Meesterklasse. Toch vind ik niet dat er spelers dik betaald moeten worden. We horen schaakamateurs te zijn! Wat de hoogste klasse betreft, Sosonko heeft al een keer gezegd dat de KNSB meer stelling zou moeten nemen t.a.v. het opstellen van buitenlandse (groot)meesters. Dat ben ik met hem eens. Hooguit twee buitenlandse spelers per team zou genoeg moeten zijn.

Intussen is het al laat geworden en beëindigen we het gesprek. Albert geeft me nog een aantal oude knipsels
mee en een paar partijen uit een grijs verleden. Ik bedank Albert en z’n vrouw voor de gastvrijheid en verlaat hun mooie hoge residentie in de flat aan het Van Harinxmaplein , nog even nagenietend van het prachtige uitzicht .