Oude Site
EN PASSANT!
door Dolf Wissmann
Een paar jaar geleden had Egbert me al eens gevraagd iets over probleemschaak te schrijven voor het Philidorforum. Hiervoor had ik dan ook al een tijd wat ideetjes, maar daar was het bij gebleven. Het stuk kon immers altijd ook nog in een volgend forum, dus geen haast. Het was daarom een goede zaak dat hij enkele maanden geleden kwam met het ultieme drukmiddel: binnenkort is niet alleen het laatste nummer van het seizoen maar het allerlaatste nummer waaraan wij mee werken. Eindelijk, een deadline.
Het toeval wil dat er niet lang daarvoor ook nog een ideetje bijgekomen was naar aanleiding van een Philidor-partij. Het gaat hier natuurlijk om de unieke gebeurtenissen in Arjan Wijnberg-Jan Hania (KNSB-competitie, 12-2-2011), die ik eerst nog even in herinnering roep.
| 📷 Foto verwijderd i.v.m. copyright | 📷 Foto verwijderd i.v.m. copyright |
| stelling na 37 b5xc5 of b5xb6 e.p.??!! |
36.....c5! Een mooie zet en bovendien zeer sterk. De dreiging 37.Txc7 is gepareerd en na 37.bxc6 e.p.? Df2! wint zwart. De witte dame kan dan namelijk niet meer tijdig helpen bij de verdediging, op alle belangrijke lijnen staat een pionnetje in de weg. Het enige lijkt daarom 37. Da6!, maar dat blijkt een voorbarige conclusie. 37.b5xb6!! Pion naar c6 en vervolgens niet c5 maar b6 er af! Zeer gunstig want met de dame op b7 kan wit alle verdedigende en aanvallende taken prachtig combineren. Jan hield het dan ook niet lang meer uit zoals we weten.
Ondanks het feit dat het op het bord allemaal mooi bleek te kloppen na zijn combinatie, zwart was in één klap helemaal uitgepraat, heb ik begrepen dat er goede reden is om te denken dat er van kwade opzet van Wijnberg geen sprake is geweest. Het is dan ook niet mijn bedoeling dat in twijfel te trekken.
Naar aanleiding van Jan’s beschrijving van de gebeurtenissen op de website en in het Philidorforum heb ik geprobeerd me een voorstelling van het gebeurde te maken. Het blijft frappant dat niemand de onreglementaire zet is opgevallen en dat pas uren later werd gereconstrueerd wat er nu werkelijk gebeurd was. Mogelijk heeft tijdens de wedstrijd de door de witspeler gegeven toelichting op zijn zet (“En passant”) op iedereen een alles-verklarende uitwerking gehad.
Ik zie u een beetje verbouwereerd kijken en dat snap ik wel, ik sloeg namelijk ‘en passant’. En passant, natuurlijk, dat zal de verklaring zijn. Bij en passant gebeuren rare dingen. Activiteit op drie velden, soms midden op het bord. Meerdere lijnen die ineens open en andere die plots dicht kunnen zijn. En dan kan het zo gebeuren dat je het ene moment dacht dat je met een mooie counter de partij gekeerd hebt, maar even later accepteren moet dat je het slachtoffer bent geworden van die gekke regel waarmee je bij de studie voor het pionnendiploma al wat moeite had. En passant! Over de b-lijn kan hij mijn aanval gewoon pareren, hoe kan ik dat daarnet toch hebben gemist. Maar ja, nu snap ik het wel, en passant. Blijft toch wel stom natuurlijk, wat zal Eddie boos zijn.
Het voorval deed me denken aan een schaakprobleem, waar ik zonder aanleiding overigens ook wel graag aan denk en waarvoor ik de kleinst mogelijke aanleiding aangrijp om hem te laten zien. Het gaat om onderstaande driezet die ik lang geleden maakte.
Dolf Wissmann
Speciale Vermelding Schakend Nederland 1983
📷 Foto verwijderd i.v.m. copyright
De dame wordt door de pion op g5 aangevallen, wat verhindert dat 1.d5? tot mat in twee leidt.
Na 1.Dg4? (dreigt 2.d5) exf5! is er een nieuwe aanval op de dame.
Pion g5 er af slaan is een goed idee, maar 1.Kxg5? (2.d5) werkt na 1.-c6! 2.d5 Lxd8+ niet.
Ook 1.Lxg5? d5! loopt spaak. De loper is op d8 nodig zoals verderop zal blijken.
Wie nog even verder kijkt (of erger: het ding in de computer stopt), zal concluderen dat er op een ‘normale’ manier geen oplossing is. Er is dus iets speciaals aan de hand en dat heeft te maken met de laatste zet die zwart in deze stelling gespeeld zou hebben. (Voor de goede orde: in problemen is het regel dat de stelling uit de beginstand van de partij ontstaan moet kunnen zijn)
Wit heeft 14 stukken, zwart heeft dus twee slagzetten uitgevoerd. De dubbelpion geeft aan dat pion a4 een keer geslagen heeft, waardoor dus één slagzet overblijft. Op basis hiervan kan uitgesloten worden dat zwart ooit f7xe6, e4xf3, g4xf3, f6xg5 of h6xg5 heeft gedaan, want dat zou steeds een extra slagzet én een extra dubbelpion betekenen.
In het diagram is ook Kb4-a5 niet de laatste zet geweest, want dubbelschaak van pion a3 en Pc2 kan niet.
Evenmin kan het e7-e6 geweest zijn omdat met zwarte pionnen op c7, d7 en e7 er geen witte loper op d8 kan komen.
Tenslotte moet ook g6-g5 natuurlijk afvallen, want vanaf g6 had de witte koning geslagen kunnen worden.
Er blijft één mogelijkheid over: g7-g5 was de laatste zet.
En dat maakt de volgende zet legaal: 1.fxg6 e.p.!
Dan dreigt 2.d5 gevolgd door 3.Dxa4# of 3.Db4#. Als parade heeft zwart alleen 1.....d5 waarna 2.cxd6 e.p.! komt. Omdat b5 dan gedekt is, dreigt 3.Pc4# en daartegen heeft zwart ook weer één verdediging: 2.....c5. De matzet is dan wellicht te raden: 3.bxc6 e.p.#.
In de slotstelling is de penning van de zwarte loper nuttig en dat verklaart tevens waarom 1.Lxg5? niet goed was.
Er bestaan heel veel problemen met een en passant slag op de eerste zet. In sommige is grondige analyse nodig voordat het bewijs m.b.t. de laatste zet geleverd is. Hoewel het idee in mijn probleem me niet zo vergezocht lijkt, is er bij mijn weten nooit een andere driezet met drie achtereenvolgende en passant slagen opgedoken.
Geïnspireerd door het originele spel van Wijnberg en Hania lukte me onlangs onderstaande driezet en dit is natuurlijk de gelegenheid voor de eerste publicatie.
📷 Foto verwijderd i.v.m. copyrightOpgedragen aan Arjan Wijnberg en Jan Hania
Ook voor het oplossen van dit probleem zal de computer een nutteloos wegwerpapparaat blijken. Met normale middelen komt de witte dame niet snel genoeg tot activiteit.
Maar de attente lezer heeft de overeenkomsten met het vorige diagram al lang gezien natuurlijk. Hier is nog sneller duidelijk dat alleen g7-g5 de laatste zet geweest kan zijn en dat is inderdaad mogelijk: zwarte pionnen op e7 en g7 betekent weliswaar dat Lb8 en Lf8 door promotie ontstaan zijn, maar dat is m.b.t. de legaliteit van de stelling geen probleem. Dus ook nu 1.fxg6 e.p. maar doen? Helaas presteert die zet niet veel.
Wie zijn pappenheimers kent, heeft waarschijnlijk op basis van de tekst boven het diagram al begrepen dat er iets raars gebeuren gaat en zal geen moeite hebben met: 1.f5xf6!! Witte pion naar g6 en dan niet g5 maar f6 er af! “En passant!” Dan dreigt 2.Dc3# en als zwart op a7 slaat, leidt die zet ook tot het doel: 2.Dc3+ Kxa4 3.Da3#. Blijft over 1.....e5. Opnieuw is dan de normale en passant slag niet sterk (vanwege 2.-T/Lxa7) dus: 2.d5xd6+!! “En passant!”, “En schaak!” Wie nu, na het gedwongen 2.....c5, de zet 3.b5xc6+? zou spelen heeft het nog steeds niet helemaal begrepen (3.-Ld6!), we gaan natuurlijk voor 3.b5xb6#!! “En passant!” Pion naar c6 en op basis van de wens de b-lijn te openen, gaat niet c5 maar b6 er af. Kortom, een loepzuivere Wijnberger die het afmaakt. Net als in de stampartij is de open b-lijn gelijk fataal voor zwart.
Mijn vermoeden is dat ik ook bij dit thema de eerste ben die een drievoudige bewerking in een driezet gelukt is.
Die zelfvoldane zin leek me enkele weken geleden een passend slot van dit artikel. Maar toen kwam de 18e juni, de dag waarop ik in het Vlaamse land meedeed aan het Open Belgisch Oploskampioenschap. In het verleden won ik dit toernooi drie keer, maar omdat mijn resultaten de laatste jaren minder geworden zijn en die van de Vlaming Eddy van Beers (een partij-IM en oplos-GM) steeds beter, leek een tweede plek me vooraf niet slecht. Toen hij in de eerste ronde redelijk snel alles had gevonden en inleverde en ik dat voorbeeld tien minuten later volgen kon, verliepen de zaken voor mij dan ook volgens plan. Maar dat was dan wel voordat ik hem mijn driezetje met de Wijnberger-en-passant liet zien.
Toen ik dat namelijk deed, wees hij me op een eenvoudige mogelijkheid, die ik totaal had overzien. In mijn stelling kan gewoon terug (zwart) Ka5xPb4 en (wit) Pa6-b4+!! Ik begreep dus halverwege dat toernooi dat er voor mij na thuiskomst weer componeeerwerk aan de winkel zou zijn.
Overigens was dit niet het enige opmerkelijke van die dag in België. Na de ochtendsessie kwam van de wedstrijdleiding zoals gewoonlijk, naast de oplossingen, ook de informatie over de componisten en dat leverde voor de opgeloste studie het volgende op.
O. Weinberger, EG 1967
📷 Foto verwijderd i.v.m. copyright
Wit maakt remise
Voor de volledigheid ook de oplossing: 1.Tc8+! Ke7 2.Te8+! Kd7 3.f8P+! Dxf8 4.Txf8 Pg3+ 5.Ke5!! Pxh5 6.Pb7! Lxb7 8.Tf1! Lf3 9.Txf3! d1D 10.Td3+! Dxd3=. Pat.
Enfin, het toernooi verliep verder goed, want niet ver achter Van Beers handhaafde ik me ’s middags op de tweede plek.
Gelukkig bleek na thuiskomst het forum nog niet naar de drukker en kreeg ik van Egbert keurig een nieuwe deadline door. Uiteindelijk kwam onderstaande stelling op het bord.
📷 Foto verwijderd i.v.m. copyrightDolf Wissmann
Origineel
Opgedragen aan Arjan Wijnberg en Jan Hania
Voor de zekerheid schakelde ik genoemde Eddy nog even in en die kwam deze keer gelukkig niet met vervelende zaken aanzetten. Hij tapte met de term ‘stukken beter’ zelfs uit een heel ander vaatje en gaf zichzelf daarmee en passant een compliment voor het kraken van de eerdere versie.
Drie witte lopers op het bord nu dus wat in een probleem waarin retro een rol speelt niet zo erg is.
Door de witte pionnen op b2 en d2 kan de witte loper van c1 alleen maar ‘thuis’ (op c1 dus) geslagen zijn en dat betekent tevens dat de lopers op d8 en f8 door promotie zijn ontstaan. Bij Ld8 is dat sowieso al duidelijk, ooit is d7-d8L geschied, en dat verklaart waarom d7-d6 niet de laatste zet geweest kan zijn. De zetten a7xb6, g4xh3 en h6xg5 hebben helemaal niet plaatsgevonden, want dat zou twee extra slagzetten betekenen en die zijn bij 14 witte stukken niet beschikbaar. Bij g7-g5 als laatste zet is de zwarte loper van f8 uiteraard weer niet beschikbaar als slagmateriaal voor de witte pionnen, maar het gaat net.
Oplossing dus:
1.f5xf6!! (dreigt 2.Dc3! + 3.Ta7#, op 1.-Kxb4 volgt 2.Dc3+ Kc5 3.d4#) e5 2.d5xd6!! (dreigt 3.Ta7#) c5 3.bxb6#!!.
De laatste zet opent effectief drie witte lijnen, in zekere zin was de witspeler in de stampartij nog mild.

