Door Leo van Maanen

 

Mid-Fryslân 1 Rating Philidor 1847 3 Rating Ronde 6
Schadd, B.J. (Jan) 1875 Jong de, S.F.J. (Siegbert) 1914 0 – 1
Koning, E. (Erwin) 1892 Wit de, J. (Jim) 1786 1 – 0
Sparenberg, J. (Jeroen) 1868 Maanen van, L. (Leo) 1690 1 – 0
Eijzenga, S.J. (Siard) 1833 Hoekstra, P. (Pieter) 1818 1 – 0
Koning, F.M. (Femke) 1865 Eijk van, S.G. (Siem) 1773 0 – 1
Veltman, S. (Stefan) 1753 Brinksma, P. (Pieter) 1642 ½ – ½
Frijlink, J. (Julian) 1790 Stegeman, D. (Derk) 1617 1 – 0
Nagel, D. (Doede) 1692 Zeng, H. (Henry) 1550 1 – 0
Gemiddelde Rating: 1821 Gemiddelde Rating: 1724 5½-2½

 

Het derde moest deze wedstrijd tegen het eerste van Mid Fryslan winnen om zicht te houden behoud in de vijfde klasse. De nieuwe zevende klasse verhoogt dit seizoen de degradatiekansen in de vijfde en zesde klasse. De speelsterkte van Philidor 3 behoort tot de laagste in deze klasse en ook Mid Fryslan is dan ook op papier een stuk sterker. Daarbij misten we onze kopman Erik die inviel in het eerste maar gelukkig was Henry bereid om mee te spelen in een uitwedstrijd. Het enige dat nog restte was wat morrelen aan de opstelling maar ook dat mocht uiteindelijk niet baten in de grote speelzaal in Akkrum. Dit is een verslagje van veel nederlagen en derhalve minder leuk dan verslag doen van een overwinning hoewel het er in het begin niet heel slecht uitzag.

Pieter Hoekstra was de eerste die die zijn koning omlegde:
Ik werd geconfronteerd met een Engelse opening waarvan de subtiliteiten mij ontgingen. Uiteindelijk wist mijn tegenstander met schaak een pion op c6 te slaan, waarbij ik ook mijn toren op a8 verloor. Na achttien zetten was het uit.
Naderhand zag ik op Lichess dat vrijwel dezelfde partij (tot de 15e, 16e en 17e zet) al ettelijke malen eerder is gespeeld. Telkens met winst voor wit.

Siegbert trok daarna de stand weer recht:
Ik was voor de verandering deze keer niet als laatste klaar. Bijna zelfs als eerste. Mijn tegenstander offerde al spoedig een pion. Het paste bij zijn stijl, zo verklaarde hij na afloop. Correct was het niet en het lukte hem dan ook niet om voldoende compensatie te vinden. Ook zijn stukoffer bracht daar geen verandering in, al zag het er wel spannend uit. Hij was te optimistisch geweest. Toen hij ook nog  21.Db3+ toeliet, was het gebeurd, 1-1.

Jim kreeg 1.f4 tegen zich maar kwam er uitstekend uit en had veel druk en ruimte op de damevleugel. Hij ging met een paardvork voor materiaalwinst maar zag de mataanval daarna niet aankomen. Heel jammer want tegenstander Erwin gaf veel complimenten over het goede spel van Jim en was zichtbaar opgelucht over deze onverwachte afloop, 2-1.

 

Siem trok de stand weer gelijk:
Het was een slappe Caro-Kann. Lopers waren na 9 zetten van het bord. Het werd dus een hengstenbal. Na nog meer afruilen kreeg ik een dubbelpion op de b-lijn. Femke dacht daar minstens 1 van te kunnen veroveren. Maar dat ging niet en haar paard raakte buiten spel. Ze verlegde het spel naar de andere vleugel en dat kostte haar de partij, omdat ik daardoor een prachtige vrijpion kreeg. En dat besliste de partij, 2-2.

Het leek niet verkeerd te gaan maar in de resterende vier partijen werd er maar een half punt gescoord. Bij Derk leek er lange tijd niet veel aan de hand maar het was plotseling afgelopen, 3-2.

Pieter Brinksma speelde zoals hij wel vaker doet een degelijke partij, gaf niets weg bij een gelijke stand en dus remise, 3½-2½.

Ik speelde na 1.d4 tegen het Konings-Indisch en het ging lang gelijk op waarbij ik meer actie op de damevleugel had en Jeroen meer het initiatief op de koningsvleugel. Toen mijn dame door een loper werd aangevallen dacht ik door tegelijk met een pion de zwarte dame aan te vallen voordeel te behalen. Ik zag in de afwikkeling een mat over het hoofd en dat te voorkomen kostte materiaal en er bleef naast een handvol pionnen een toren plus loper tegen twee paarden over. Dit was niet te winnen, 4½-2½.

De wedstrijd was verloren maar Henry ging als laatste door. Er was ondertussen al vier uur geschaakt en het is bijzonder om te zien hoe rustig en geconcentreerd Henry blijft spelen. Hij had in een stelling met beide een toren een pion minder maar ruilde de resterende pionnen keurig af waarna het eindspel van toren tegen toren plus pion volgens mij remise was door de toren achter de pion te plaatsen. Henry deed wat anders en toen kon de pion wel promoveren, heel jammer, 5½-2½.

Eén wedstrijdpunt uit vijf wedstrijden is niet veel en met nog twee wedstrijden voor de boeg zal lijfsbehoud een zware dobber worden. De enige zekerheid om niet te degraderen zal het winnen van deze twee wedstrijden zijn en dat zou wel eens teveel gevraagd kunnen zijn.