Schaken: volkssport voor alle leeftijden

Zaterdagmiddag werd het Hoogeveense schaaktoernooi officieel geopend door Nick Schilder van Nick & Simon. Prima greep. Nick is niet alleen een zanger, maar ook een schaker van formaat. Aan zijn rating zal ik nooit tippen. De keuze voor hem was vooral goed omdat ze illustreert dat schaken – anders dan meestal gedacht wordt – een volkssport is. In de schaakwereld telt één ding: de rating. Die bepaalt het aanzien en de status van spelers, niet de maatschappelijke rang en stand.

Remco Heite, indertijd burgemeester van Weststellingwerf nu, als pensionado, schaakcolumnist (en ook deelnemer in Hoogeveen), schreef er plastisch over. Ik speel even  leentjebuur bij hem. Als op de schaakclub de notaris een lagere rating heeft dan de bijstandsgerechtigde clubgenoot opent hij de deur voor hem en laat hem voorgaan.

In de schaakwereld ontleen je je identiteit niet aan afkomst, beroep of opleiding maar aan je rating, aan je schaakkunnen. Natuurlijk heeft een schaker ook andere loyaliteiten, andere identiteiten. De cultuur op de schaakclub onderstreept dat het apekool is, zoals de politiek tegenwoordig wel bepleit, mensen in het harnas van één identiteit te persen. Dat reduceert de veelkleurigheid van het mens zijn tot eendimensionaliteit.

Bijzonder is ook dat er in de schaakwereld geen leeftijdsdiscriminatie bestaat. Het Hoogeveense toernooi laat dat treffend zien. Ik ben (teldatum 16 oktober) de geboortedata van de 150 deelnemers aan de twee amateurgroepen nagelopen. Het bleek dat er tien van voor de Tweede Wereldoorlog zijn en dat er, andere uiterste, vijftien deelnemers twaalf jaar of jonger zijn. De oudste is van 1930 en de jongste van 2009. Een verschil van bijna tachtig jaar en ze doen hetzelfde onder dezelfde omstandigheden en condities. Houdbaarheidsdatum, onder politici is het een favoriet thema. In het schaakuniversum is het een vreemd hemellichaam.

Mooi en aardig, maar wat heb ik, behorend tot het zojuist genoemde tiental, in de eerste twee ronden eigenlijk klaargespeeld?

Om mijn rating op het huidige peil te houden – ik heb een slechte reeks achter de rug – moet ik uit de acht ronden zeker drie punten halen. Daarvan is er eentje binnen, zaterdag het potje verloren, gisteren gewonnen. De Franse auteur Francois Mauriac (1885 – 1970) is mijn mental coach: ‘Een oude locomotief kan nog wel een jonge vent overrijden’.

(column geschreven ter gelegenheid van het toernooi in Hoogeveen. Verschijnt in het Friesch Dagblad en de Hoogeveensche Courant).

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here