Voor Schiphol en Eelde uiterst scherpe tarieven

Door Peterjan van der Woude

07-12-18 DTK 2 1694 Philidor 4 1493 3 1
1. Leffert Nicolai 1896 Wim van Zeijl 1433 1 0
2. Melle Bosma 1658 Danny de Vries 1540 1 0
3. Bartele Bosma 1541 Kees van Straten 1505 0 1
4. Jan van Paassen 1683 Frederik Verf 1 0

 

Een uitgesproken vraag voor een pub quiz: ‘in welke provincie ligt Buitenpost?’. Nu wist ik natuurlijk echt wel waar ik het zeg maar als het ware globaal zo ongeveer in de buurt van zou kunnen vinden, maar voor de zekerheid heb ik toch maar gebruik gemaakt van de tomtom. Vroeger reed je naar Groningen en dan kwam je vanzelf ergens, het kon niet missen, onderweg Buitenpost tegen. Maar nu, met al die verkeershaken, tracés, lantaarnpalen en rotondes is het toch veiliger om op Alexander te varen (John, Charlotte en Daisy heb ik op de tamtam inmiddels gehad, maar Alexander voldoet het best). Buitenpost timmert op Wikipedia goed aan de weg, dat mag je gerust zeggen. Zo had ik er b.v. geen idee van dat Meine Fernhout, Jo Bosma, Gosse Dam, Bienze IJlstra, Jan Jacob van Dijk en Stephan van Hoving hier geboren zijn. Het dorp dankt zijn naam aan het feit dat het in de vorige eeuw zo aan de rand van de wereld lag, dat het voor de posterijen ondoenlijk werd gevonden om daar brieven te bezorgen; het lag ‘buiten de post’. De plaatselijke bevolking heeft daar, zo vertelde mij ter plekke een schaker op leeftijd uit de streek, een Buitenpostelijk trauma aan overgehouden. Buitenpost heeft ook nog de buurtschappen met de opmerkelijke namen: Lutkepost en De laatste Stuiver. Ook de namen van deze buurtschappen hebben een verleden. De bewoners van Lutkepost, zo meldde dezelfde bron uit de streek, waren zo kwaad op de Post omdat die het verdomde om dan ook maar iets te bezorgen, dat ze voor het stadhuis van Kollum luidkeels ‘Lut ke Post’ (‘Laat die post maar zitten’) hebben gescandeerd om daarna in De laatste Stuiver hun collectieve postzegelbezit in drank om te zetten.

Als chauffeur mocht (‘mocht’ is niet het juiste woord. De captain zei schaamteloos ‘moest’.) ik mee met het vierde, met de uiteindelijke, drankzuchtige bedoeling van de heren schakers om, na de glorieuze overwinning, nog een en ander te vieren in De laatste Stuiver, zonder daardoor chauffeuralcoholtechnisch gehinderd te worden. DTK 2 mag dan wel bijna 200 ELO-punten (wat zeggen mij die punten? Ik heb schaaktechnisch alles van horen zeggen, want van dat spelletje weet ik net zo veel als Eddie Scholl van Schwarzwalder Kirsch taart.

Misschien bedoelen de heren met ‘punten’, ‘pinten?’) meer hebben dan Philidor 4, dat werd dan in ieder geval door de Leeuwarders beslist niet als een handicap gezien. Omdat Derk en Sytze verhinderd waren, vielen Wim en Frederik in. Invaller-captain Kees (Eelke: de captain van het vierde is Derk!) vroeg aan de jongens wat ze het liefst wilden spelen: wit of zwart. Wim opteerde voor wit en Frederik voor zwart; Danny koos zwart dus bleef voor Kees wit over. Je kunt zeggen wat je wil, maar daar is geen speld tussen te krijgen. En dat ga ik ook niet proberen, ik ben geen acupuncturist. In Buitenpost was Jeroen onze attente gastheer. Nog nauwelijks waren we binnen, of we kregen meteen een drankje aangeboden.

Op de site staat al een degelijk verslag van Derk Schuttel, dus wie ben ik om daar nog iets aan toe te voegen? Nu ja: Wim vatte zijn partij als volgt samen: In een Siciliaanse partij met de zgn. Bowlder variant begon ik goed totdat ik in mijn enthousiasme f4 deed, volop in de aanval, waardoor hij met zijn dame mijn paard kon pennen. Het ging daarna heel snel met stukverlies en nog een paar pionnen. Het was vrijwel meteen een verloren partij. Later hoorde ik van Leffert dat hij ook vaak deze opening speelt. Zijn rating is rond 1900. Het was eventjes leuk geweest! . Kees speelde een taai potje tegen Bartele Bosma. Het ging gelijk op, maar in het eindspel (ik was er getuige van, hoewel ik beter bij mijn auto had kunnen blijven, want door een heftige stormwind werd mijn voorruit door een vallende tak verbrijzeld) vergreep Barteles koning zich aan een onnozele pion, waardoor torenverlies onvermijdelijk werd. Dit bleek de enige overwinning van het vierde te zijn. Frederik kon een bruuske inval op de koningsvleugel, een offer op f7, niet pareren en moest daarna zijn meerdere erkennen in Jan van Paassen. Na afloop zag ik ze nog wel genoeglijk analyseren.

Danny ergerde zich groen en geel aan die vermaledijde 30 seconden extra per zet. En terecht. Een bevriend schaker (2100+) zei me:’ De demente kippenfokker die deze regel heeft uitgevonden moet tot zijn dood, met een rottende kalkoen op zijn hoofd, minimaal 230 dagen per jaar door de binnenstad van Amsterdam lopen, ondertussen zingend: ‘Hand in hand, kameraden’. Mocht de arme ziel dit moeten doen, dan is mijn inschatting dat hij na 5 minuten geen kippenfokkerij meer heeft.  

Niet in De laatste Stuiver, maar wel in een ander duister etablissement hebben de heren na beschouwd. De volgende wedstrijd is thuis, dus dan hoef ik niet te chaufferen en ook geen verslag te schrijven. De invallers Wim en Frederik waren een aanwinst, ik kan niet anders zeggen. Tijdens de nabeschouwing hebben ze gezongen, gedeclameerd en fatsoenlijke mopjes verteld. Mocht het nodig zijn, ooit, een volgende keer, dan wil ik best gedurende twee seconden overwegen om nog eens te chaufferen, maar een verslag schrijven zit er niet meer in, dat mogen de heren zelf doen. Als u een chauffeur nodig hebt (voor Schiphol en Eelde hanteer ik uiterst scherpe tarieven), dan kunt u zich wenden tot de teamcaptain, die gratis informatie zal verschaffen.

Foto’s Kees van Straten

Verslag van Derk Schuttel

Foto’s Jeroen Weggen