Door Kees van Straten

in de serie interviews met de jeugdspelers mag natuurlijk ook een gesprek met twee jonge schaakdocenten niet ontbreken.

Bram is dan wel schaakmeester, maar nog niet echt een doorgewinterde schaker. Alles bij elkaar schaakt hij nu ongeveer een jaar. Vroeger heeft hij wel geschaakt, maar dat was allemaal niet zo serieus. Sylvia schaakt al vanaf haar vijfde jaar. Natuurlijk heeft Pa, ooit Fries kampioen, haar goed lesgegeven. Met onderbrekingen van een paar schaakloze tijdperken schaakt ze nu zo’n tien jaar. Allebei volgen ze de opleiding docent wiskunde.

De vraag die ik altijd stel aan de jeugdschakers: ”Wat wil je later worden?”, lag hier ook voor de hand. Het antwoord liet lang op zich wachten. Er werd gelachen, weer gelachen en vragend naar mij gekeken. Uiteindelijk kwam het verrassende antwoord: “Wiskundeleraar”. Hebben jullie nog andere hobby’s naast het geven van schaakles? Bram: “Ik speel piano”. Ah, leuk, wat speel je? “Ja, wat speel ik? Laten we zeggen…  filmmuziek….. en Einoudi”. Ynaudy? “Einoudi, dat is elevator music”. Is het niet benauwend om muziek uitsluitend in een lift te moeten spelen? “Nee, weet je wat… Amelie is beter”. Amelie, ook goed.

Hoog tijd om over te schakelen naar Sylvia. “Ik vind stijldansen erg leuk, en dan met name de chachacha en  de rumba”. Dat kan ik volgen. Bram voegt er haastig aan toe dat hij ook geturnd heeft. De hele handel: ringen, brug, paard, grondoefeningen? Jawel. Hij heeft zelfs brons gehaald bij een interprovinciaal toernooi. De vraag over huisdieren lag al enige tijd op mijn lippen. Bram: “Mijn ouders hebben een grasparkiet”. Sylvia: ”Mijn vriend en ik hebben ook een grasparkiet”. De zielenpoten hebben, mag ik hopen, toch geen namen? Sylvïa: “Nina”. Bram: “Pepo”.

Na een korte pauze (twee bier en bitterballen) kon ik een laatste vraag stellen: “Willen jullie nog een boodschap meegeven aan de schakende mensheid?”. Bram antwoordde ogenblikkelijk met: “Ik moet Sylvia nog verslaan met schaken”, waarop Sylvia meteen antwoordde met: “Dat gaat je nooit lukken”. Onze jeugd boft maar met zulke aardige, bevlogen schaakmeesters.