Het vijfde in het Donkere Bomenbos

Door Wiebe Fraanje

Het Donkere Bomenbos omgaf zijn bewoners en gasten met een duistere beklemming, waarvan de ware aard nog niet geopenbaard was. Woudreuzen rezen dreigend uit eeuwenoude bemoste humuslagen, bevolkt door schuchtere schepselen die het daglicht versmaadden, maar nu hologig hun schuilplaatsen ontvliedden en ter voedselscharrel trokken. In de verte klonken flarden rauwe scherts, als echo op de ijselijke roep van nachtgevogelte.

Schrandere lezertjes hadden al gezien dat over het modderige bospad Wolter, Wim, Jeppe en Wiebe zich voorthaastten, hun ruggen geraspt door kille rillingen. Ze spoedden zich voort naar de audiëntie van het schaakgenootschap dat residentie hield in het woud tussen Bakkeveen en Wijnjewoude.

Daar flakkerde door het inktzwarte duister een bleek schijnsel, dat spookachtige streken wierp op de knoestige stammen. Slot Schakensteijn was ongedeerd bereikt.

Binnen warmde een stuurse kastelein zich aan het haardvuur. Nieuwe gasten, vreemdelingen nog wel, leek hij liever kwijt dan rijk. Luidruchtig manvolk met een plebejisch voorkomen schaarde zich rond een televisietoestel. Voetbal…

In de krochten van het slot bleek een kerker gereserveerd voor schakers, voorzien van een vervaarlijk klapperend gedeurte. Daar ontvouwde zich het treffen tussen het vijfde gezelschap van de Koninklijke Schaakvereniging Philidor 1847 tegen het derde van Schaakclub Bakkeveen.

Een geduchte opponent. Koploper bovendien; slechts een 4-0 zege zou Philidor aan kop brengen. Het verzinnen van een list was geboden, want de ratingverschillen gierden over de borden. Aan het vierde bord kwam Jeppe door getalm in goede stand een licht stuk achter te staan, wat hij niet meer te boven kwam. Wolter leek aan het tweede bord lang gelijke tred te houden, maar beet uiteindelijk toch in de bemoste humuslaag van de bosrijke landerijen rond Bakkeveen en Wijnjewoude.

Uw verslaggever intussen had aan het derde bord te kampen met een zwartspeler die zenuwachtig gehaast speelde – na 25 zetten had hij nog een uur en 23 minuten op zijn klok –, die bovendien voortdurend irritant zijn winterse loopneus ophaalde. Onverstoorbaar evenwel kwam uw Philidor-compaan door de opening, en investeerde zelfs twee pionnen in ruil voor een koningsaanval. Tot zijn ongenoegen zag de tegenstander kans om de dames te ruilen, waarmee de tijger een rij tanden verloor. Toen de zwartspeler in zijn haast een kwaliteit weggaf en uw notulist een vrachtje pionnen won, was het pleit beslecht: een zoete overwinning aan bord drie.

Tot teleurstelling leidde echter de realiteit: de kruitdampen stegen nog van bord 1, alwaar Wim lange tijd twee pionnen achterstond, die in het eindspel weer terugwon, maar met een lastig dubbelpion bleef zitten. Er zat nog remise in, maar toen hij een pion wegblunderde via een paardvork was ook zijn nul onherroepelijk.  

Spoedig nadien liet het viertal Slot Schakensteijn achter zich, waar het inmiddels middernacht sloeg. Een unheimische tocht huiswaarts door het Donkere Bomenbos was wat hen restte.