Door Eddie Scholl

Toen ik afgelopen dinsdag een rondje door de speelzaal maakte viel mijn oog op de stelling hieronder en in het bijzonder op de positie van de zwarte loper. Hoe kon die daar terechtkomen en wat deed die daar? Ik keek in het notatieboekje van de zwartspeler en dat prikkelde mijn nieuwsgierigheid nog veel meer. Er waren nog maar 9 zetten gespeeld! Maar dan kan je deze stelling toch onmogelijk op het bord krijgen?

Ik had inmiddels mijn handen vol aan mijn eigen potje en pas na afloop van de partij werd me duidelijk wat er aan de hand was. De zwartspeler heeft de toch wel bijzondere eigenschap met de notatie van een volgende partij te starten op de plaats waar de notatie van de vorige partij ophoudt. Dat betekende in dit geval dus dat de eerste 8 zetten nog op de pagina van de vorige partij pasten, waarna de volgende zetten op de nieuwe pagina terechtgekomen waren. Goed, dat begreep ik dan. Eigenlijk wel logisch, er waren dus al 17 zetten gespeeld.

Maar hoe dan ook, die loper staat daar op h6 toch wel heel bijzonder. Het lijkt alsof de zwartspeler hem met opzet heeft opgesloten in een kerker om daar, volledig beveiligd tegen de witte stukken, een vrijheidsstraf van door hem te bepalen lengte uit te zitten. Die opsluiting duurde tot zet 27, 10 zetten lang dus. Op dat moment opende zwartspeler met het gracieuze 27… g4! de gevangenisdeur. Hij had er dus zelfs een pion voor over. Waarna de lopereen enorme activiteit ontwikkelde, in enkele krachtige zetten de bedreigde damevleugel wist te bereiken, maar daar al snel door zijn baas als ruilobject werd gebruikt voor een van de gevaarlijke witte paarden.
Hoe de partij afliep? Zwart won op zijn geheel eigen wijze, ondanks een tijdelijke achterstand van twee pionnen, in het verre eindspel.