door Wietze Klasma

Met plezier heb ik de verslagen van Migchiel, Erik, Wiebe, Janen Rein gelezen. Mij is gevraagd ook een schaakavond te verslaan, zij het met het uitdrukkelijke verzoek om géén partijen te analyseren. In het verleden heb ik dat een aantal keren gedaan, maar dat is niet in goede aarde gevallen. Er werden‘engines’(nog niet zo lang geleden werden dat toch schaakcomputers genoemd?) op de gespeelde en door mij geanalyseerde partijen losgelaten en van mijn analyses bleef slechts een rokend ashoopje over.
Men heeft mij voornamelijk om een bijdrage gevraagd, opdat ik de enige correspondent in schaakland blijk te zijn die niet uitsluitend over het schaken alleen iets zinnigs kan formuleren. Waar een schaker opmerkt dat de loper op f3 niet goed staat, valt mij b.v. op dat Wim tegenwoordig een zwarte pet op heeft, dat Sytze altijd een Mondriaanpastilledoosje naast zich heeft staan, dat Erik Sparenberg eerst aan de cola en daarna aan het bier gaat, dat Derk duurzame timmermanspotloden hanteert en dat Wiebe al een flinke gezichtsbeharing bij elkaar heeft gesprokkeld(“Hij gaat er af. Ik mis het scheren”).
Diepdenkers steken alle energie in openingsvarianten, middenspel-analyses en eindspelstudies, maar nooit in de externe factoren die net zo belangrijk zijn, zoals de plaatsing van de tafels en de borden, de balans in de speelzaal en een opgeruimde, geordende schaakomgeving. Het leek een modeverschijnsel, Feng shui, maar haar inzichten zijn nog steeds van groot belang. De kern van de filosofie is de relatie tussen mens en omgeving. Of je nu veganist, protesterende boer, kleuterleider of mindfucker bent: alles draait om harmonie en evenwicht tussen yin en yang. Veel schakers kunnen voordeel halen uit de aanwijzingen die deze oosterse filosofie ons geeft. Een heel belangrijke wenk is de plaatsing van het schaakbord. Ik hoor al wenkbrauwen omhoog gaan, maar de praktijk wijst uit dat plaatsing een cruciaal gegeven is. Het bord moet namelijk staan in de richting van het noordoosten, omdat dit de richting is van kennis en wetenschap. Zet het bord ook zo neer dat je direct de deur kunt zien. Mocht dit onhaalbaar zijn, werk dan met spiegels.
Het noordoosten in de speelzaal is precies de plek op de muur achter Maarten.

En hier mee is het bewijs gelijk geleverd: Migchiel, Leandro (even aan de wandel), Amir, Erik en Jeroen zitten goed (kijken naar het noordoosten en hebben zicht op de deur) en winnen (Eddie zit niet goed en haalt er dan ook slechts ‘een treurige remise’ uit). Het is rampspoed en ellende als je je niet aan de regels van Feng-shui houdt: niet alleen verlies je, maar je zit ook nog met de handen in het haar. Je hoofd wordt topzwaar en behoeft manuele ondersteuning.

Siem zit goed. Hij heeft zicht op de deur, richting noordoosten en wint (leuk eindspel). Siem had als tegenstander Mike, een aspirant-lid. Zelf zei hij een rating van rond de 1400 te hebben, maar hij bood mooi tegenspel tegen Siem en had er zelfs nog een remise uit kunnen slepen.

Wim zat ook goed. Hier heeft hij zijn paard gestald op f5 gezet, met desastreuze gevolgen.

Analyseren doe ik dus niet. Wel kan ik twee strijders aan het woord laten.
Nee, eerst de partij Wiebe – Jeppe:

PARTIJ JEPPE – WIEBE
Wiebe: “In de strijd om de rode lantaarn rekende Jeppe gedecideerd met me af. Jeppe bracht al zijn stukken in stelling tegen de zwarte koning, een gevaar dat ik te lang veronachtzaamde. Na het veel te laconieke 12….e5 zag Jeppe zijn kans schoon. Vier zetten later stond ik pardoes mat.Gelukkig was daar de brede borst van Jacques, die vaderlijke troost bood in de vertwijfeling en mijn gekrenkte ziel opbeurde met een aai over de bol”.

Jeroen gaf als nabeschouwing:
“Hette ging in de opening in de fout waardoor ik een droomstelling tegen een geisoleerde d4-pion van wit kreeg. Al gauw kon ik deze pion winnen en werd er afgeruild naar een toreneindspel. Hierin had Hette wat meer tegenstand kunnen bieden door actief met zijn toren te spelen; zoals het ging bleef hij passief en won ik geruisloos”.
Nou ja, en verder heb ik niet zoveel gezien. Wie meer wil weten moet zelf maar ’s avonds langs de borden lopen. Dit herinner ik me nog wel: Wolter verslikte zich in een giftige pion en daarna nog een giftige toren en twee zetten later gaf hij op. Sytze boekte een ‘regelmatige overwinning’. Peter kwam in het defensief te zitten en zag geen winstkansen meer.

Regelmatig komen schakers aandragen met diepzinnige opmerkingen, grappige versprekingen en guitige spreekwoorden, die ik ‘in mijn stukjes zou kunnen gebruiken’. Vanavond was het weer raak. Om een uur of negen komt Jacques naar me toe en zegt: ”Een zoen zonder snor is als een ei zonder zout”.Maak daar maar Feng-shui van.