Wiebe Fraanje

T Philidor 3 1504 SCLeeuw. 3 1442 3 1 di 05 nov
1. Wim van Zeijl 1526 Auke de Jong 1534 0 1
2. Siem van Eijk 1579 Johan Greuter 1331 1 0
3. Wiebe Fraanje 1484 Matijs van der Bij 1460 1 0
4. Wolter Jongsma 1426 Remco Keizer 1444 1 0
 

Wanneer het derde ensemble uwer koninklijke vereniging de wedstrijd tegen het tweede van Schaakcombinatie Leeuwarden in een stripverhaal van Lucky Luke had afgewerkt, hadden de aasgieren likkebaardend boven Wolters hoofd gecirkeld. Een lijkbleke doodgraver zou, monter de Dodenmars neuriënd, de laatste splinters van Wolters kist schuren. U begrijpt: Wolter was dood en begraven.
We schrijven de elfde zet in een Siciliaan. Wolter heeft zich zojuist verrekend in een combinatie waarbij hij met een schijnoffer pion f7 dacht te winnen. Ineens stond hij echter twee lichte stukken achter, en toen de kruitdampen wat waren opgetrokken moest hij de partij voortzetten met een loper achterstand.

Hij moest zich echter vastbijten in zijn tegenstander, want Siem had aan bord twee – eveneens in een Siciliaan – weliswaar al vrij snel de d-pion veroverd, maar Wim stond aan het eerste bord met de rug tegen de muur als gevolg van twee opgerukte centrumpionnen. Diens tegenstander had matmogelijkheden, wat Wim zijn rokade kostte. En dan zat Wolter ook nog eens naast Wiebe, die jongen die op 14 mei voor het laatst een partij had gewonnen en inmiddels maar een strippenkaart heeft aangeschaft voor het verprutsen van riante stellingen.
Die had hij aan het derde bord ook nu, aangezien zijn tegenstander precies een van de varianten in het Scandinavisch volgde die hij de avond tevoren nog thuis had bestudeerd. Maar zoals gezegd is dat tegenwoordig lang niet voldoende voor een zekere afloop, dus Wolter zette door.

Siem haalde intussen het eerste punt binnen en toonde nog even aan dat hij ook bij andere tegenzetten wel had gewonnen. Hij liet zich voldaan een krasse oude klare inschenken.
Even later moest Wim zijn koning omleggen. ,,De verkeerde opening gekozen”, stelde hij korzelig vast, om vervolgens wel ruimhartig te beamen dat zijn tegenstander een klassepartij had gespeeld.

1-1 dus, en Wiebe had inmiddels een prima stelling bereikt met een kwaliteit voorsprong. Ook had hij de dames en een stel torens al van het bord gekregen, maar lekker rokeren kon niet meer, dus er was nog wel wat werk aan de winkel.
Toen hij weer op Wolters bord keek, zonder veel verwachting, bleek die ineens een kwaliteit voor te staan. Zijn tegenstander had zijn koning in een paardvork gezet. Weer wat later had hij ook nog een paard gewonnen, plus wat pionnen gesnoept, waarop zijn tegenstander vertwijfeld opgaf.

Wiebe ten slotte kwam in een eindspel toren tegen loper en twee pionnen, die hij allebei wist te elimineren. Het eindspel stond al gewonnen toen zijn tegenstander in een blackout zijn loper wegblunderde en meteen opgaf.
Als deze wedstrijd zich in een Lucky Luke-strip had voltrokken, waren we gevieren de ondergaande zon tegemoet gegaan, de watertandende aasgieren teleurgesteld achterlatend. In werkelijkheid was het buiten al uren donker, koud en nat, en voorzag de geplaagde biodiversiteit allang niet meer in gevogelte van welk pluimage dan ook. Maar dat deerde ons geenszins.