Door Wiebe Fraanje

Rapid-avond bij Philidor… Als men dat aangekondigd ziet staan, weet men ook welke kop een zekere Courant in Friesland op haar voorpagina zou kunnen publiceren. ‘Schaker niet zelden ADHD’er’.

De tijdnoodfase in het vluggersegment brengt immers al het leven terug in de anders zo bedaarde denksporter. Redeloos geram op klokken – wat onze voorzitter in ontsteltenis naar het hoofd en de portefeuille doet grijpen –, stukken die in het rond vliegen, uitroepen van ontzetting of verrukking,  luidruchtige scherts van omstanders; op zulke avonden valt er gewoonweg niet in redelijkheid te ladderen.

Maar warempel: vanavond niets van dat al. Wie ladderde kreeg nauwelijks iets mee van de vluggeraars. In alle vrede plaatsten Migchiel en Amir zich voor de superfinale. Nomineerden we onlangs Wim nog voor het bronzen erekruis voor kameraadschap, vanavond voegen we degene die heimelijk Ritalin aan de koffie toevoegde toe aan die nominatielijst. Die moet zich dan nog wel even bij de voorzitter melden.

Meer dan anderhalve eeuw schaakwijsheid

Migchiel stond maar één halfje af in de vijf ronden van het rapidtoernooi. ,,Tegen Wietze Jongsma, een gevaarlijke tegenstander”, oordeelde de veelvuldig gelauwerde kampioen naderhand. ,,Twee jaar geleden ging hij er met de winst vandoor door alles te winnen.”

Tevreden was Migchiel vooral met zijn partijen tegen Erik en Amir. ,,Dat waren goede partijen.”

Dat komt overeen met Amirs recensie: ,,Alleen tegen Migchiel heb ik niet goed gespeeld. Gelukkig krijg ik kans op revanche in de superfinale.”

Erik eindigde roemloos in de achterhoede. ,,Alles verloren”, meesmuilde hij terwijl hij via zijn telefoon een hectisch flakkerend kaartspel met Jippe Kamstra – niet lijfelijk aanwezig – speelde. ,,Te weinig concentratie. Dan zit je niet goed in een zaal vol schakers.”

Dat er in de eindstand toch twee punten achter Eriks naam stonden komt doordat hij alleen zijn bye’s had weten te winnen. En het borrelvluggertje tegen Kees, wat dan weer een hoop goedmaakte.

 

Een leuke Trompowski

Kees zelf ladderde vanavond, en was als eerste klaar met uw verslaggever. In een leuke Trompowski – ,,Nu ga je mijn eigen systeem zitten spelen, dat krijg ik met zwart niet vaak tegenover me” – won Wiebe een kwaliteit, maar dat ging ten koste van een levensgevaarlijke aanval van Kees, die in mat eindigde.

Siem en Gerard berustten in remise. In een volgens Gerard ,,wat onregelmatige Spaanse opening” won hij een pion, waarna Siem door een kwaliteit te geven tegenspel kreeg. Gerard: ,,Aan het eind dacht ik een gewonnen pionneneindspel te bereiken door de kwaliteit terug te geven.”

Siem: ,,Maar het was na Kg6 altijd remise.”

Sytze verloor van Henk. ,,Door een rekenfout kwam ik in een combinatie een stuk achter.”

Henk beet zich goed vast in het voordeel. ,,Toen gaf hij ook nog een toren weg”, zei deze bescheiden.

,,Nou, dat is een hele eer!”, riposteerde Sytze. ,,Jij won die toren door sterk spel. Ik moest hem gedwongen weggeven.”

Leo versloeg Wim, die lange tijd een pion voorstond. Leo zei dat hij ,,te nonchalant” was in de Konings-Indische opening. ,,Maar in het middenspel stonden mijn stukken beter en won ik één voor één een paar pionnen. Uiteindelijk zette ik hem mat.”

Het humeur van de immer goedlachse Wim kon ook geen krasje oplopen door deze nederlaag. ,,Schaken is een leuk spelletje en verliezen hoort erbij”, concludeerde hij opgeruimd.

Wat het verslag brengt tot de beste schaaknatafelconversatie van de avond, waarop we tot ver na twaalven moesten wachten. Er kwam maar geen eind aan de partij Siegbert-Rein, als gevolg van die draak van een increment van dertig seconden per zet. Zo kom je nooit in tijdnood.

Uiteindelijk won Rein. ,,Wat een ráre partij!”, riep Rein uit. ,,Ik had moeten winnen, ik had moeten verliezen, ik had moeten winnen, stond weer verloren en uiteindelijk win ik alsnog.”

,,Het is ook een walgelijk spel, hè”, zei Erik.

Rein: ,,Dat lijkt me een correcte samenvatting.”

,,Dat is ook waarom we het zo graag spelen”, besloot Erik met het van hem bekende schaakfatalisme. ,,Niet omdat we zoveel van onszelf houden.”

Die gedachte deed ons huiverend in de nachtelijke stormwind de vuisten nog eens extra diep in de zakken steken.