Door: Frederik Verf

Deze avond deed Migchiel het openingswoord, wat dit keer, jawel, begon met: “Dame (!) en heren…”. Een unicum voor de club in ieder geval in mijn anderhalf jaar bij Philidor wat helaas van korte tijd was aangezien de vrouw (volgens mij een moeder van een van de jeugdleden) na enkele minuten al vertrok. Hoe dan ook, Migchiel opende met de melding dat de sponsoractie voor het jeugdschaken bij de Poiesz weer begon wat toch altijd weer tussen de 7 en 8 honderd euro oplevert: een mooie aanwinst voor de club. Hierom dus niet vergeten dat je bij bezoeken bij de Poiesz tenminste voor 10 euro wat besteedt en de spaarmunten vervolgens meeneemt naar de club. Het sponsorgeld komt dit jaar extra goed uit omdat er cursussen nodig zijn voor onze net aangestelde schaakleraren waaronder onze eigen Harmen Visscher als het goed is de cursus Schaaktraining 1 gaat volgen.

Daarna konden we dan beginnen met onze wedstrijden, enkele uitverkorenen mochten zelfs eindelijk met de nieuwe schaakklokken spelen. Hoewel ik ze erg mooi vind, zal ik het plezierige ‘tik’-geluidje van het indrukken van de oude schaaklok toch wel missen. Het was deze avond erg rustig door de vele afwezigen (en wellicht ook door de minder frequente ‘tik’-geluidjes), de binnenste rij tafels was afgezien van een Schaakboekstuderende Kees leeg, maar ondanks de weinigbevolkte avond zijn toch een aantal bijzondere schaakpartijen gespeeld.

In de B-groep kwam een bijzondere openingsstelling te staan met een pionnenstructuur die ik niet herkende van mijn gelezen hoofdstukken van het boek “De wereld van de schaakopening: introductie van de openingstheorie” van Paul van der Sterren. Dik Kruithof wist met wit tegen Henk van Wilgenburg met zwart een sterke pion op d5 te krijgen gesteund door 2 pionnen op c4 en e4.

Uiteindelijk weet wit dus een sterke pion te krijgen op d6. Wat in dit deel van de partij wel interessant is (dit gaf de schaakcomputer aan hoor, dus geen eer aan mij), is dat na 15 f3 de loper op g4 terugtrekken eigenlijk helemaal niet nodig is, aangezien cxd6 de witte loper indirect aanvalt en Dxc5 mogelijk is. Dat was volgens de schaakcomputer hier een reddende zet geweest.

In de A-groep was een erg spectaculaire opening van Jan Boersma met wit tegen Siegbert de Jong met zwart waarin wit ongeveer al zijn stukken had ontwikkeld terwijl zwart een dubbelpion had en vrijwel nog niks aan ontwikkeling gedaan had, maar Siegbert wist zich toch sterk te houden en zonder echt stukverlies te lijden dapper door te strijden. Ik ben per ongeluk vergeten de partij over te nemen, mijn excuses, dus als je benieuwd bent naar hoe deze opening eruit zag, vraag het volgende week aan Siegbert of Jan.

In de B-groep werd het al snel rustig door een paar redelijk onverwachte, doch fatale wendingen en de zaal liep leeg terwijl de kantine voller werd met een Kees en Erik die het (zo hoorde ik bij het passeren) over paardenvlees hadden. Ik hoop maar dat dit een metafoor was voor de paardenstukken die van de schaakborden ‘geslacht’ waren en dat dit edele dier niet ondertussen toch in de geconsumeerde bitterballen verstopt zat.

Toen Harmen klaar was met het naspelen van zijn partij die hij verloren had tegen Auke van der Heide, kwamen beide schakers erachter dat er een zwarte pion verdwenen was. ‘We zijn toch echt met een volledige schaakset begonnen!’ Onder de tafel, op de stoelen, achter de tafelpoten, nergens lag de zwarte pion, of zo leek het althans. Die pion kan toch niet zó ver weg zijn, dacht ik, dus begon ik nog eens dichterbij te kijken. Wat bleek, hij stond tussen twee andere pionnen op a-b2 zeggen we maar. Dat bewijst maar weer dat het antwoord soms op onvermoede plekken kan liggen.

Deze uitspraak zal vast en zeker ook een goede tip zijn die wellicht te gebruiken is voor een volgende schaakpartij. Met deze goede raad wil ik dan dit verslag van de avond eindigen.