Een lang nagloeiende schrobbering

Door Wiebe Fraanje

12-02-20 Bakkeveen 1 1758 Philidor 3 1428 ½
1. Dirk Müller 1959 Wim van Zeijl 1526 1 0
2. Ben de Vries 1689 Wolter Jongsma 1426 1 0
3. Jasper Zijlstra 1736 Wiebe Fraanje 1484 ½ ½
4. Gerrit Meppelink 1647 Jeppe van Bon 1275 1 0

 

Onder het weelderige geboomte tussen Wijnjewoude en Bakkeveen trof het derde ensemble uwer Koninklijke schaakvereniging een uitnodigend verlichte en verwarmde herberg. Binnen bleek geschaakt te worden, dus dat trof.

Wim, Wolter, Wiebe en Jeppe moesten op het matje komen bij het eerste kwartet van het plaatselijke schaakgilde. De schrobbering waarop zij vergast werden zal nog lang nagloeien in hun lendenen. Verder dan een 3,5-0,5 nederlaag kwamen ze niet.

Uitnodigende herberg

Wim werd aan bord 1 naar eigen zeggen ,,professioneel weggespeeld”. In een even korte als korzelige recensie van eigen werk sprak hij van ,,een saaie Caro-Kann waarin ik niet de kans kreeg om iets spectaculairs te toveren”. Tegenstander Dirk Müller noemde Wim ,,een taaie tegenstander”, wat door de aimabele Philidoriaan op zijn beurt gekwalificeerd werd als ,,een schrale troost”.

Wim had niets te veel gezegd. Een zielloze Caro-Kann had zich op zijn bord ontsponnen. Toen Müller in een afwikkeling een stel zware stukken ruilde en een pion erbij op de koop toe kreeg, was het pleit beslecht.

Wolter verging het aan bord 2 al niet veel beter, al was zijn Siciliaan allerminst saai te noemen. Professioneel weggeschoven werd hij wel. Aan het slot van de partij gaf hij een kwaliteit, maar zou even later ook zijn andere toren verliezen. Zo ver liet hij het niet komen en reikte zijn tegenstander de hand.

Intussen was Jeppe aan het vierde bord een stuk achter gekomen, maar hij verdedigde zich taai en won het stuk terug. Hij kwam echter met een lastige dubbelpion uit de strijd en moest uiteindelijk toch zijn meerdere erkennen.

Uw notulist zelf kwam er nog het genadigst vanaf. Hij redde de halve eer. Het betrof hier een halfvolle eer, geen halflege. Tegenstander Jasper Zijlstra verscheen namelijk gewapend met een rating van 1736 ten tonele en koos het Hollands als opening. Maar het Staunton-gambiet kende hij niet en hij moest ruim een derde van zijn bedenktijd investeren in de eerste paar zetten.

Schroomvallig

Dat leidde ertoe dat hij niet in de val 4. …d5 trapte, maar 4. …g6 speelde. Uw verslaggever was – conform een oude kwaal van hem – te schroomvallig om de onveilige koning echt onder vuur te nemen en miste goede zetten als 12. c4 (dat werd c3), 16. g4 (dat werd g3), en 21. Pxd5! (kan niet worden teruggeslagen wegens 22. Lc4, wat hij helemaal niet gezien, laat staan overwogen had).

Zo was andermaal de nachtelijke terugreis langer dan de tocht naar Bakkeveen toe, wat het derde – toen het nog het vijfde was – al eens in geuren en kleuren had meegemaakt.