Schaken zonder handen en die ene prangende vraag

Door Wiebe Fraanje

10-03-20 Philidor 3 1504 Lege Geaen 1554 1 3
1. Siem van Eijk 1579 Lutzen de Vries 1607 0 1
2. Wim van Zeijl 1526 Gerrit Dotinga 1724 0 1
3. Wolter Jongsma 1426 Johan Koldijk 1613 0 1
4. Wiebe Fraanje 1484 Hains de Vries 1272 1 0

 

Handen mochten we niet geven van Mark Rutte, maar dat vond onze voorzitter maar klinkklare flauwekul. ‘Dat schrijft hij maar op zijn buik’, zal de edele preses gedacht hebben. ‘Moet hij wel kijken of er nog ruimte is. Misschien past het nog naast die duizend euro die we allemaal van hem zouden krijgen.’

Hoe dan ook, het geopend verklaren uwer schaakpartij middels een ferme handdruk was facultatief – een prachtige halfslachtige preventiemethode die naadloos aansloot bij het beleid van onze minister-president.

Gebleken is dat schakers het liefst handen geven, besmettingsgevaar of niet. Wie bevangen is door het schaakvirus vreest geen enkele andere ziektekiem meer. Bovendien: men is sowieso gedwongen de stukken te beroeren – ook stukken die de tegenstander al aangeraakt heeft. Alleen schaken zonder handen zou het besmettingrisico minimaliseren. En dat weigerden wij categorisch.

Maar dit was niet de belangrijkste kwestie van de avond. Als sinds het trieste verscheiden van Max Von Sydow spookt de vraag der vragen al door het hoofd van uw verslaggever, aanvoerder en vierdebordspeler van het derde ensemble uwer geliefde schaakgenootschap.

De Zweedse acteur, afgelopen weekend overleden op negentigjarige leeftijd, hoorde lange tijd bij de vaste entourage van meesterfilmer Ingmar Bergman. Zo komt het dat Von Sydow in 1957 – films werden nog in de enige twee kleuren die ertoe doen geschoten – in Det Sjunde Inseglet speelde, beter bekend onder de Engelse titel The Seventh Seal.

Von Sydow speelt de ridder Antonius Block, die in een duistere episode der middeleeuwen naar Zweden terugkeert van een kruistocht, gedesillusioneerd en ontdaan van zijn geloof.

Block ontmoet de Dood en de Dood blijkt – jawel – een gepassioneerd schaker. Natuurlijk verloor Block. Hij mocht blijven leven zolang hij nog niet had verloren. Uiteindelijk verliezen we allemaal onze schaakpot tegen Magere Hein. Von Sydow zelf heeft het nog lang weten te rekken, maar de Dood zegt altijd ‘wordt vervolgd’.

De hoofdvraag die al dagen rondwaart is: hoe verliep die partij? Welke opening speelde de Dood? En speelt hij die aanstonds ook tegen mij? In de film heeft hij de zwarte stukken, eerlijk bepaald door een ordinaire toss, maar toch stelt de Dood tevreden vast dat zwart goed bij hem past. Van quitte af aan de regie in die kille handen… U gunt hem de rillingen over uw rug niet, maar het is sterker dan u.

Dit zijn lastige overwegingen wanneer u zelf aan een bord zit om een partij te spelen. Het derde trad vanavond aan tegen Lege Geaen, een door prof.dr. Arpad Elo ruim bemeten kwartet uit het veenweidegebied rond Poppenwier, Gau, Raerd, Sibrandabuorren, Spears, Goaiïngeamieden en meer van dat soort gaten en holen. Uw verslaggever deed ooit in een andere hoedanigheid verslag van een lokaal volksvermaak aldaar: preamkeskowe in wedstrijdverband. Maar dat geheel terzijde. Zou de Dood een Siciliaanse Draak spelen? Moet haast wel.

De vier kruisvaarders van Philidor III troffen het geluk dat geen van hen de Dood aan de overkant van het bord herkende. Dat was maar goed ook, want drie van hen verloren de partij en konden het dus navertellen.

Derde honkman Wolter raakte op een overvol bord een loper kwijt en kwam die achterstand niet meer te boven. Naast hem was Wim geen schim van de scherpzinnige scherprechter zoals we hem kennen. Hij verloor eerst een pion door een listige paardmanoeuvre, gaf vervolgens pardoes een loper weg en liet later nog een dubbele aanval met een pion op dame en paard toe.

En dat een luttele week na diens klinkende remise tegen Hette van Popta… Men hoorde haast de kakelende schaterlach van de Dood echoën.

Orang-oetan
Aan bord 1 kreeg Siem een orang-oetan voor de kiezen, maar schoof onverstoorbaar en ruilde wat zware stukken, waarna de aap – op het loperpaar na – weinig kracht overhad. Een ronduit stomme torenzet – hij zette er zelf maar vast twee vraagtekens achter – kostte Siem de partij.

Toen had uw notulist aan bord 4 al geruime tijd het enige punt voor Philidor in de wacht gesleept. In zijn vertrouwde Trompowski hoefde hij nauwelijks na te denken, strategisch tijd rekken was voldoende. Zo kon hij achter het bord een vol uur investeren in het prakkiseren hoe die schaakpartij van de Dood nou is verlopen. Alleen toen zijn tegenstander een pion offerde in ruil voor de open d-lijn twijfelde hij lang of hij die moest nemen. Toch maar gedaan, met als resultaat een ongedekt paard op een meesterlijk veld waar het onaantastbaar bleek.

De conclusie van de avond: teambelang min-min, egobelang plus-plus. En de eerstvolgende opdracht is het herkijken van The Seventh Seal om te zien of er iets te volgen is van die dodelijke schaakpartij. Wordt vervolgd…