De lentecompetitie, aflevering 5
door Kees van Straten

Ik heb werkelijk geen idee wat de aanleiding was, maar opeens schoot het door mijn hoofd: Is schaken besmettelijk?Veel woorden die eindigen op –lijk hebben een ongunstige betekenis. Neem nu onfatsoenlijk, lelijk, onwerkelijk, erbarmelijk, verschrikkelijk, dodelijk, enz. Dat laatste woord, dodelijk, wordt altijd verkeerd gebruikt. Hoe vaak lees je niet in de krant: een dodelijk slachtoffer? Dodelijk betekent: de dood veroorzakend. Hoe kan een slachtoffer een dood veroorzaken? Ja, als het een bom in zijn handen heeft en nog net genoeg kracht heeft om het weg te gooien. Maar de meeste slachtoffers hebben geen bommen in de hand en doorgaans ook niet meer de kracht om er een balspel van te maken. Laat ik niet afdwalen, het ging erom of schaken besmettelijk is. Besmettelijk staat op de eerste plaats voor: ‘ziektekiemen aan andere lichamen meedelende’. Het mag duidelijk zijn dat bij het schaken geen ziektekiemen aan andere lichamen worden meegedeeld. Natuurlijk kun je iemand ziek maken door overdadig te hoesten of te rochelen zonder een hand voor de mond te houden, maar dat kan ook bij korfbal of in de supermarkt en is niet specifiek gerelateerd aan het schaken. Dan kan sprake zijn van ‘besmettelijk’ bij, zoals Van Dale aangeeft: ‘geestelijke toestanden, gewoonten en zedelijke gebreken’. De vraag is: is schaken een geestelijke toestand, een gewoonte of een zedelijk gebrek? Soms kan schaken bij weelderig drankgebruik een spirituele ervaring worden, maar in het algemeen lijkt me schaken geen geestelijke toestand. Is schaken een gewoonte? Nee. Het valt niet onder neuspeuteren, rechts inhalen en bumperkleven.Is schaken een zedelijk gebrek? Hmm, daar zou een kern van waarheid in kunnen zitten, maar als het over zedelijke gebreken gaat zou ik toch liever eerst de mening willen horen van enkele vooraanstaande politici. ‘Besmettelijk’ kan ook worden geduid als ‘aanstekelijk’. Als je uitgeschaakte figuren genoeglijk aan de bar ziet zitten met een biertje en bitterballen, dan werkt dat aanstekelijk. Dan denk je ogenblikkelijk: daar heb ik ook wel trek in. Als je twee oude mannen ziet schaken, dan is de reactie: ik ga weer terug naar de bar. Mijn voorlopige conclusie is dan ook: schaken is niet besmettelijk.
Volkomen gerustgesteld kan ik over naar de orde van de avond. Het was gezellig druk. Onze drie FSB-teams speelden thuis, dus we hadden alleen al voor die sectie 24 man in huis. Daarnaast speelde een aantal schakers in de play-off en de overige Philidorianen amuseerden zich in de bloedstollende lentecompetitie.
Henk speelde tegen Richard, die van het gips verlost was, maar nog wel met een zwakke pols worstelt. Richard won, ‘maar’, zei hij naderhand, ‘ik worstel met mijn openingen. Daar moet ik aan gaan werken’. Na een zet of 20 maakte Henk een klein foutje, hij verloor een cruciale pion en toen kwam er een mooie open lijn. Richard was zo blij, dat hij meteen besloot om lid te worden. Van harte welkom!

Rob van der Meer (alweer een nieuw lid, nou ja, een nieuw oud-lid. Ook van harte welkom, Rob) speelde tegen Erik Kruit en won. Rare gewoonte van nieuwkomers om gelijk te winnen.
Gerard knokte tegen Leo. Hier hun partij met commentaar van Gerard.

Pieter laat zich nooit van het bord blazen en toont geen medelijden met zijn tegenstander. Het werd een strijd van de beeldende kunst tegen de muziek. Zowel Derk als Jacques pleegden vrijwel gelijktijdig een schijnoffer. Dat kun je als musicus beter niet doen. In de muziek is geen sprake van schijn, daar is alles echt, oprecht en niet verhuld in beeldend verantwoord gedrapeerde doeken. Hoe raar het ook klinkt in Derk-verband: Pieter ging met de eer strijken.

Jacques had wel beter moeten spelen, bekende hij, maar Frederik maakte het hem akelig lastig. Ondanks het zwarte verzet ging de overwinning naar de man met het schijnoffer. Jacques vond wel dat hij beter had moeten spelen; hij heeft veel kansen laten liggen.
Tot mijn grote vreugde kon ik een versluierde Blackmar-Diemer op het bordfrutselen. Alles leek voorspoedig te gaan, maar dan merk je toch dat Tjeerd een veel beter schaker is en dan ga je de bietenbrug op. Soms schrijf ik iets op en dan denk ik bij het opschrijven zelf al: wat betekent dat? Waar komt het vandaan? Vermoedelijk is de uitdrukking afkomstigvan de situatie waarbij boeren met bietenwagens een brug moesten passeren. Er vielen dan altijd wel bieten van de kar af. Die bieten werden dan geplet, omdat anders de bruggen spekglad werden. Zouden spruitjes, boerenkool en asperges daar nooit last van hebben gehad?
Harmen was zo onaardig om na 15 zetten een pion voor een paard te ruilen. Daarna ruilde hij dat paard voor een toren en won. Jeppe onderging het op zijn eigen manier: vriendelijk en met begrip. Hij blijft een gentleman.
Dat is nou ook sterk: ik begin met een verhandeling over een besmettelijke ziekte en nu hoor ik opeens dat er een of ander virus is opgedoken, iets met Croma, een soort boter-virus. Straks maar even naar het journaal kijken.