Interview Leandro uit Friesch Dagblad van 17-9-2021

 

Beste van de club, beste van Fryslân en nu de beste van Nederland: het gaat snel met de schaakcarrière van Leandro Slagboom uit Leeuwarden

Leandro Slagboom is vijftien jaar, zit in de vierde klas van het Christelijk Gymnasium Beyers Naudé en is Nederlands kampioen schaken in de categorie tot en met 16 jaar. Zaterdag debuteert hij in het eerste team van de Koninklijke Schaakclub Philidor 1847.

Leandro Slagboom: „Ik weet nu al dat ik mijn hele leven zal blijven schaken. Misschien word ik ooit Internationaal Meester (IM). Dat zou echt geweldig zijn.” Foto: Marchje Andringa

Edward Jorna • 16 september 2021, 19:58 • Sport

Er was een tijd, en die tijd ligt nog niet eens zo gek ver achter ons, dat je je als jongvolwassene moest verantwoorden als je lid was van een schaakclub. Boring. En als je je met goede argumenten kon verweren, werd je vervolgens bruusk om de oren geslagen met verhalen over ruziënde Russen (Anatoly Karpov en Garry Kasparov) of over een ogenschijnlijk getikte Amerikaan (Bobby Fischer).

Lekker dan. Maar toen ineens was daar de Noor Magnus Carlsen. Jong, zag er leuk uit, kon goed voetballen en nog beter schaken. In 2013 greep hij, 23 jaar jong pas, de wereldtitel. Sindsdien zit hij op die troon. Elke aanval sloeg hij vakkundig af. Tussen 2013 en 2020 bleef hij 125 (!) wedstrijden op rij ongeslagen. Nog nooit vertoond!

Maar nog belangrijker: schaken heroverde bij adolescenten het verloren gegane terrein. Wie nu nog durfde te roeptoeteren dat schaken een saaie sport was, moest maar eens diep in de bruine ogen van Magnus Carlsen kijken.

„Magnus Carlsen kan water uit een steen persen”, zo omschrijft Slagboom op bijna poëtische wijze het sterkste wapen van Carlsen. Oftewel: Carlsen verstaat als geen ander de kunst om een op het oog ‘doodgelijke’ stand alsnog in winst om te zetten. In die zin is de Noor een groot voorbeeld voor de Leeuwarder, want als er iets in zijn spel nog verbetering verdient dan is dit het wel dit. ,,Een goede stelling afmaken.”

Vakantie in Oostenrijk

Hij moet zes jaar geweest zijn, misschien zeven, toen zijn vader Peet – een huis-tuin-en-keukenschaker – hem met de sport in contact bracht tijdens een van de vele zomervakanties die de familie in Oostenrijk doorbracht. Dat de jonge Leandro is één klap verliefd was op de schaaksport is te veel gezegd. Maar de interesse was wel gewekt. Dat kwam mooi van pas toen hij een paar jaren later – na mislukte ‘affaires’ met het tennisracket en met de piano – op zoek ging naar iets ‘nieuws’.

Oh ja. Schaken.

Vanaf die dag ging het snel. Beste van de club, beste van Fryslân en deze zomer, beste van Nederland. Elfvoudig Fries kampioen Migchiel de Jong, die Slagboom in 2015 onder zijn hoede kreeg, zag dat zijn pupil zich razendsnel ontwikkelde. De Jong roemt vooral de inzet en het concentratievermogen van Slagboom. Die twee dingen zorgen er samen voor dat Slagboom én veel kennis over het spel van zijn tegenstanders heeft én dat hij in gewonnen positie zelden cruciale fouten maakt.

Leandro Slagboom houdt vooral van alles wat bij het eindspel komt kijken. „Met weinig stukken op het bord zie je de stukken pas echt tot leven komen. Het is een soort van puzzel die je moet zien op te lossen. Erg mooi.”

En erg lastig: „Iemand heeft ooit berekend dat er zes miljard stellingen op het schaakbord mogelijk zijn. Het calculeren van zetten is dus ontzettend moeilijk. Voordat je het weet raak je verdwaald in een jungle.”

Alles weten kan en hoeft niet. Losmaken van het spel is ook een kunst. „Het voordeel van schaken is dat je het ook zonder bord en stukken kunt spelen. Namelijk: in je hoofd.” Helemaal zonder ‘gevaar’ is dat trouwens niet. „Soms kan ik moeilijk de slaap vatten omdat ik in mijn hoofd nog aan het schaken ben. Het hoort er een beetje bij.”

Druk op groepsapp

Waar zijn voorgangers een kwart eeuw geleden moesten vechten tegen het ‘stoffige’ imago van de sport, daar krijgt Slagboom vooral veel bijval. „Tijdens mijn partijen op het NK deze zomer was het druk op de groepsapp die ik samen met wat vrienden uit mijn klas heb. Er werd met me meegeleefd én met me meegedacht.”

De Netflix-serie The Queen’s Gambit speelde een niet onbelangrijke rol in het enthousiasme van zijn klasgenoten. De serie waarin het weesmeisje Beth Harmon uitgroeit tot een schaakgrootheid was een regelrechte hit. En dan heb je ook nog de veelbekeken video’s op het streamingkanaal Twitch , waarin talloze influencers – geholpen door topschakers – het online tegen elkaar opnemen.

Leandro Slagboom vindt het allemaal schitterend. Maar het betekent niet automatisch dat hij een carrière als professioneel schaker nastreeft. Hier spreekt de realist alsook de trainer. „Leandro heeft ontegenzeggelijk heel veel talent”, zegt De Jong. „Maar alleen op zijn talent kan hij niet drijven. Hij zal heel hard moeten blijven studeren.”

Brood op de plank

Zijn pupil doet het graag, maar is ook realist. ‘Als hij later groot is’ moet er ook brood op de plank komen. En dat is best lastig als hij tegenover de beste schakers uit India, de VS, China of Rusland zou komen te zitten. Je kunt je bijna niet voorstellen hoe groot schaken in die landen is. De achterstand die hij nu al heeft opgelopen ten opzichte van de fine fleur van ‘s wereld beste schaaklanden is al bijna niet meer te dichten.

Maar ach, dat is iets voor de toekomst. „We zien wel. Wat ik wel weet is dat ik mijn hele leven zal blijven schaken. En misschien word ik ooit Internationaal Meester (IM). Dat zou echt geweldig zijn.”

Eerst echter de dag van morgen, als hij als vijftienjarige aan bord 10 debuteert in het eerste team van de Koninklijke Schaakclub Philidor 1847. Tegenstander in Leeuwarden is Caïssa uit Hoorn. „Zenuwachtig? Een beetje. Maar dat heb ik voor elke wedstrijd. Ik ga lekker spelen. Ja, dat ga ik doen. Lekker spelen.”