K.S.C. PHILIDOR 1847

PHILIDOR I HEEFT ER WEER EEN MOOI PUNT BIJ

Door Siegbert de Jong

 

Een gelijkspel tegen de nummer 2 van de ranglijst is natuurlijk een uitstekend resultaat wanneer je zelf in de middenmoot staat. Bovendien had het team van Sneek afgelopen dinsdag een gemiddelde rating die meer dan honderd punten hoger was. Het had zelfs meer kunnen zijn dan een gelijkspel, maar het had ook slechter kunnen aflopen. Ik denk trouwens dat je dat van iedere viertallenwedstrijd zou kunnen zeggen.

 

Maarten verloor. Het was dit seizoen zijn eerste nederlaag. Het was ook helemaal niet nodig. Was hij niet bezig om Christian Kuitert mat te zetten? De witte koning werd helemaal opgejaagd naar g4. Daarna keerden de kansen jammer genoeg. De witte koning werd zelf niet mat gezet. Integendeel, de witte koning kreeg de kans om mee te helpen aan een winnende mataanval.

Hette stond prima tegen Tjitze Schram. Hij had na de nederlaag van Maarten voor de volle winst kunnen gaan met zijn mooie stelling en meer tijd, maar hij herinnerde zich ook de talrijke mooie stellingen die hij in vergelijkbare situaties om zeep had geholpen en bood remise aan.

Bij Erik Sparenberg kwam een variant van het Schots op het bord. Het leek mij dat wit een mooie stelling had, maar Erik verdedigde zich prima en kwam in een houdbaar toreneindspel terecht. Zijn remiseaanbod werd in eerste instantie nog afgeslagen, maar toen Selwin Keuning ervan uitging dat zijn team goede kans maakte op de overwinning, bood hij zelf even later remise aan.

Toen was de stand dus 1-2 en was alleen Erik Kruit nog bezig tegen Han Holl. Het ging lange tijd gelijk op tot in het toreneindspel. De zwarte toren was weliswaar ingesloten op de damevleugel, maar de witte toren kon er niet van profiteren door de zwarte stelling binnen te dringen. Bovendien moest wit zijn pion op a2 met zijn eigen toren blijven dekken. Toen ging Erik forceren met voor beide spelers nog een paar minuten op de klok. Ten koste van twee pionnen wist hij een vrijpion op g6 te krijgen. Een vrijpion die toen nog niet erg gevaarlijk was omdat zwart er met zijn koning gemakkelijk bij kon komen. Opeens wist Erik daarna een nieuwe vrijpion op d6 op het bord te krijgen. Dit kostte zwart een volle toren. Als zwart de pion op g6 nu alsnog had geslagen, zou er een eindspel van toren tegen – ik meen vijf pionnen – op het bord zijn gekomen, maar in zijn haast om met zijn b- of c-pion te promoveren, vergat zwart dat wit de pion op g6 kon dekken met zijn koning, waarna het gemakkelijk gewonnen was. Het was een zeer zenuwslopende ontknoping, waarbij het oordeel over de afloop bijna bij iedere nieuwe zet kon worden bijgesteld.

Nu nog de strijd tegen Emanuel Lasker en in de laatste ronde tegen koploper Schaakwoude.

Geef een antwoord