K.S.C. PHILIDOR 1847

PHILIDOR I KAN HET KAMPIOENSCHAP UIT ZIJN HOOFD ZETTEN

Door Siegbert de Jong

Onderweg naar Sint-Jacobiparochie kwamen wij ineens Kees van Straten tegen. Het is weliswaar niet helemaal zeker, maar Erik K. dacht dat de auto die voor ons reed wel eens die van Kees zou kunnen zijn. En Erik S. herinnerde zich dat er ergens aan een lange rechte weg naar rechts moest worden afgeslagen om bij zijn huis te komen. Het klopte helemaal: de weg door Vrouwenparochie was lang en de auto voor ons sloeg ook naar rechts af. Als Kees dit leest: het was afgelopen vrijdag om een uur of half acht.

Volgens Erik S. ging de wedstrijd om het kampioenschap. Als wij deze wedstrijd zouden winnen, dan zouden wij het in de laatste ronde tegen Schaakwoude helemaal in eigen hand hebben om het kampioenschap binnen te halen. Jullie hebben het misschien al gezien aan de gedetailleerde uitslag: het gebeurde allemaal niet. Verre van dat, want de nederlaag was groot.

Erik K. verloor als eerste. Bij het ophalen van de eerste consumpties had hij al gezegd dat hij twee zetten had verwisseld. Het werd helaas nog veel erger, toen er een witte loper op f6 verscheen (met de zwarte koning op g8 en pionnen op e6, f7 en g6). Het leek gruwelijk en de gezichten van de toeschouwers spraken dan ook boekdelen. De paarden waren al geruild en Erik had alleen nog een loper van de witte velden, dus hoe krijg je die vreselijke witte loper ooit te pakken…? Het liep dan ook niet goed af.

Maarten kwam enigszins gedrukt uit de opening. Wit had veel meer ruimte en het loperpaar. Meestal weet Maarten dan nog wel een gelijkstaand of zelfs beter eindspel te bereiken, maar dit lukte deze keer dus niet. Op dat moment had ik zelf al opgegeven, toen mat niet meer te voorkomen was. Ik dacht een mooie loper over te houden tegen een paard, maar de loper kon niets uitrichten, terwijl het zwarte paard sterker bleek dan ik had gedacht. Rienk Sijbesma verbaasde mij na afloop door mij te herinneren aan een eerder gespeelde partij tussen ons waarin hij niet f7-f6, maar h7-h6 had gespeeld, waarna ik goed was komen te staan. Volgens mij had hij het over een partij uit een Frigem-toernooi van jaren en jaren geleden. In de vorige eeuw dus. Heeft hij een fotografisch geheugen of had hij zich op mij voorbereid? Dat zou ook opvallend geweest zijn, omdat ik tot nu toe altijd op bord 4 had gezeten.

Bij Erik S. kwam volgens mij Slavisch op het bord. Het ging gelijk op met licht initiatief voor Erik op de damevleugel. Toen zwart het witte paard op e5 aanviel, dacht Erik zich een tussenzet te kunnen permitteren (b4xa5). Als zwart het paard op e5 zou slaan, zou Erik twee mooie vrijpionnen op de damevleugel krijgen, maar beide spelers overzagen dat zwart de tussenzet b6-b5 zou kunnen spelen met aanval op de witte dame, gevolgd door paardwinst op e5. Omdat wit er daarna niet doorkwam op de damevleugel, werd de partij remise. Erik kondigde bij terugkomst in Leeuwarden aan dat hij zich – het was natuurlijk al na twaalven – nog even ging voorbereiden op de KNSB-wedstrijd die volgens hem de volgende dag zou worden gespeeld. Hoe die wedstrijd verliep, kunnen jullie het beste aan Erik zelf vragen.

Wij speelden in de peuterspeelzaal van het plaatselijke MFC tussen de kinderstoeltjes, het kinderspeelgoed en het kinderkookfornuis. Na afloop waren er diverse lekkere hapjes. Ik weet niet of ze van Lasker afkomstig waren of van het MFC, maar een compliment is wel op zijn plaats.

Het team is nu bijna uitgespeeld. Nog een of twee bekerwedstrijden en in de hoofdklasse alleen nog tegen Schaakwoude in de gemeenschappelijke laatste ronde, die intussen niet meer erg laatste zal gaan worden, omdat het diverse teams niet lukt om alle resterende wedstrijden voor 17 mei af te werken. Het team is ondertussen ook wel aan een verdiende zomervakantie toe.

Geef een antwoord