Opening Culturele Hoofdstad groot succes voor Philidor IV

Door Siem van Eijk

13 februari 2018 vond in zalencentrum “Zaal Enzo” de opening plaats van de Culturele Hoofdstad Leeuwarden, afdeling schaken, met de wedstrijd Philidor IV tegen Bakkeveen I. Siem opende met de woorden, dat Leeuwarden een heel jaar feest viert. Hij hoopte dat de tegenstander hieraan ook mee wilde doen. Nou, dat wilden ze wel. Het werd een fantastisch gebeuren, met Philidor als winnaar. Vuurwerk op bijna alle borden. Een rotje leek verkeerd te zijn terecht gekomen. Gelukkig wist wedstrijdleider Erik Sparenberg de brand te blussen. Wat gebeurde er? Jolle Lont speelde een mooie partij. Gaf zijn dame voor twee torens en onder opoffering van een pion greep hij zijn tegenstander bij de strot. Zijn dame verzeilde in een hoek van het bord en kon zich niet meer bewegen. Jolle kon mat geven. Toen zijn tegenstander dit zag, stak hij zijn hand uit. Terwijl Jolle nog naar de stelling keek, zei Erik van der Lee: mat. Nog voordat Jolle de hand had “aangenomen.” Tja, wat nu. De tegenstander van Jolle protesteerde. Ging met Erik Sparenberg de zaal uit en legde hem na een gesprek uiteindelijk bij de nederlaag neer. Maar dit had Erik van der Lee zo aangegrepen, dat hij zijn eigen partij opgaf. Hij stond slechter, maar nog niet verloren. Eigenlijk zou ik wel eens willen weten, wat de regels zijn. Vorige week overkwam een speler van het vijfde ook zo iets. Hij overspeelde zijn tegenstander. Toen hij mat kon geven zei zijn tegenstander: Je hebt me aardig te pakken. Uit zijn concentratie, gaf hij geen mat, maar wel zijn dame weg.  Het vijfde verloor mede door deze nul de wedstrijd. Wat moet een wedstrijdleider hieraan doen?

Maar ja, we hadden het over feesten. Pieter Hoekstra maakte ook een groot feest van zijn partij. Offerde een toren, tegen twee pionnen. Speelde de partij prachtig uit. Mat!! En nog een uur en twee minuten op de klok.


Derk won een pion en daarna nog een. Speelde het eindspel prachtig uit. Een feest om naar te kijken. Een ander feest speelde zich af op het bord van Leo. Om de feestvreugde te vergroten, had zijn tegenstander een aap mee genomen. Een echte Orang-oetang. Leo schrok zo van het beest, dat hij zomaar een toren cadeau gaf. Een tijdje later stond hij een kwaliteit en twee pionnen achter. Geen houden aan, maar het verhoogde de feestvreugde.

Pieter Ploeger gaf een pion. Meer een stuk vuurwerk om de stelling van zijn opponent te vernielen. Hij won een kwaliteit (tegenstander moest die geven, omdat hij anders mat ging). Even later stak hij het vuurwerk echt af. Een mooie overwinning. Siem speelde weer eens Caro-Kann. Tegenstander rokeerde kort in een stelling waarin doorgaans lang gerokeerd wordt. Toen besloot Siem om zelf maar lang te rokeren. Levensgevaarlijk natuurlijk. Maar door de rook die om de andere borden hing wist hij twee pionnen voor te komen. Dwong dameruil af, waarna de stukken in de doos konden. Henk kwam een pion achter en had ook nog een dubbelpion. Hij stond dus slecht. Toen kwam de 28e zet. Met Da8 had hij een toren kunnen winnen. Hij zag het niet. Zijn tegenstander ook niet. Op de 29e zet kon het ook nog. Weer zagen beiden het niet. Tja en toen was het snel uit. Maar het mocht de feestvreugde niet bederven. Een 5-3 overwinning tegen een kampioenskandidaat. Leve de Culturele Hoofdstad.

19 maart naar Drachten. Dan heb ik waarschijnlijk 2 invallers nodig.

Jolle Lont                              – Dirk Müller                        1-0

Erik van der Lee                  – Menno-Peter vd Meer   0-1

Pieter Hoekstra                  – Robin Barnes                    1-0

Derk Stegeman                  – Anne van Streun             1-0

Leo van Maanen                – Jaap Weidema                 0-1

Pieter Ploeger                     – Bauke Hoogstra               1-0

Siem van Eijk                      – Gerrit Meppelink          1-0

Henk van Wilgenburg      – Ben de Vries                     0-1